door xplorer » wo 25 mei 2005, 13:20
Je kijkt naar de volgende vergelijking:
Q = cmT
De warmte Q (in J) die nodig is om een hoeveelheid m (in kg) van een stof met soortelijke warmte c (J/kg*K) op te warmen tot een temperatuursverschil T (in K), is gelijk aan c*m*T.
Misschien klinkt dit wat abstract, dus ik geef een voorbeeld:
Stel je wil een liter water 10 graden opwarmen. Hoeveel energie is daarvoor nodig?
Je kan opzoeken (in je Binas bijvoorbeeld) dat de soortelijke warmte van water gelijk is aan 4130 J/kg*K. Dit betekent niets ander dan dat om 1 kg water 1 K op te warmen er 4130 J nodig is. Als je nu bijvoorbeeld 2 kg 1 K op wil warmen, heb je twee keer zoveel energie nodig. Evenzo heb je 2 keer zoveel energie nodig, als je 2 K op wil warmen ipv 1 K.
De soortelijke warmte is een stofeigenschap en dient opgezocht te worden. Deze ligt vast. Je weet dus: c= 4130 J/kg*K.
Water weegt ongeveer een kilo per liter. Je hebt 1 liter, dus ook 1 kilo water. Dus m = 1 kg. Als je dit 1 K op zou willen warmen is dus 4130 J nodig.
Je wilt het echter 10 K opwarmen, dus er is 10 keer zoveel energie nodig. Je moet deze energie dus met 10 vermenigvuldigen. Dit klopt met de formule, je vermenigvuldigd namelijk met T!
Dus:
Q = mcT = 1 kg * 4130 J/kg*K * 10 K = 41300 J = 41,3 kJ.
Dit gaat alleen op als je tijdens het opwarmen in dezelfde fase blijft. Als je bijvoorbeeld ook nog van vloeibaar naar gas gaat, kost dit extra energie, de verdampingsenergie.
Voor rekenen aan een verdamping is de formule Q = cmT dus niet goed genoeg!
Je kijkt naar de volgende vergelijking:
Q = cmT
De warmte Q (in J) die nodig is om een hoeveelheid m (in kg) van een stof met soortelijke warmte c (J/kg*K) op te warmen tot een temperatuursverschil T (in K), is gelijk aan c*m*T.
Misschien klinkt dit wat abstract, dus ik geef een voorbeeld:
Stel je wil een liter water 10 graden opwarmen. Hoeveel energie is daarvoor nodig?
Je kan opzoeken (in je Binas bijvoorbeeld) dat de soortelijke warmte van water gelijk is aan 4130 J/kg*K. Dit betekent niets ander dan dat om 1 kg water 1 K op te warmen er 4130 J nodig is. Als je nu bijvoorbeeld 2 kg 1 K op wil warmen, heb je twee keer zoveel energie nodig. Evenzo heb je 2 keer zoveel energie nodig, als je 2 K op wil warmen ipv 1 K.
De soortelijke warmte is een stofeigenschap en dient opgezocht te worden. Deze ligt vast. Je weet dus: c= 4130 J/kg*K.
Water weegt ongeveer een kilo per liter. Je hebt 1 liter, dus ook 1 kilo water. Dus m = 1 kg. Als je dit 1 K op zou willen warmen is dus 4130 J nodig.
Je wilt het echter 10 K opwarmen, dus er is 10 keer zoveel energie nodig. Je moet deze energie dus met 10 vermenigvuldigen. Dit klopt met de formule, je vermenigvuldigd namelijk met T!
Dus:
Q = mcT = 1 kg * 4130 J/kg*K * 10 K = 41300 J = 41,3 kJ.
Dit gaat alleen op als je tijdens het opwarmen in dezelfde fase blijft. Als je bijvoorbeeld ook nog van vloeibaar naar gas gaat, kost dit extra energie, de verdampingsenergie.
Voor rekenen aan een verdamping is de formule Q = cmT dus niet goed genoeg!