Beste LBO,
Ik ben graag bereid om de natuur ook met God aan te duiden. In die naamgeving zie ik het begrip God echter niet als geestelijk of fysieke schepper van het Universum. God als schepper van alles is door de mensen bedacht. In die zin geeft het Godsbegrip vorm aan onbestemde gedachtes als: het waarvandaan, het waarom en waarnaartoe.
God is en blijft een eeuwige gedachte van de mens. Het is logische gedachtengang van de mens om aan te nemen dat de godsgedachte een zo veel mogelijk dicht bij de mens staat, omdat men tot op heden geen andere oplossing heeft om het ontstaan en bestaan van het geheel te kunnen verklaren. Dit geldt ook ook voor de wetenschap in het algemeen.
Middels het Godsbegrip heeft de mens de antwoorden op dergelijke vragen weten te omzeilen en tastbaar weten te maken. Bij het Godsbegrip hebben we ook de onsterfelijkheid bedacht en een eeuwig voortbestaan in de hemel (of in de hel als je pech hebt).
Die onsterfelijkheid kwam pas in de verlichting van de middeleeuwen tot stand. Waarom: angst voor de dood.
Afgeleiden ervan zijn reincarnatie, geesten, zielen etc.
Homo Sapiens probeert kennelijk van alles om het Godsbegrip aannemelijk te maken en te houden.
Nogal wiedes. Men heeft nog steeds geen echte wijsheden, die kunnen aantonen dat men gelijk heeft. Daarom is het een aanname, dat een eigen leven is gaan leiden.
Als ik aan Natuur denk, dan kan ik dat ook God noemen, maar niet in de zin van een bewuste creatie, maar meer als een evolutionair verschijnsel.
Maar dit zal worden tegen gesproken, omdat men niet kan, wil of in staat is afstand te doen van oeroude gedachten, die generaties lang met de paplepel is ingegeven.
Kijkend naar de natuur, dan kun je daarop inzoomen tot de kleinste deeltjes in de vorm van atomen of nog verder tot de onderling afhankelijke delen van de atomen.
Daar heb jij een goed punt, dat ik nog niet goed kan plaatsen. Want hoe meer je de deeltjes gaat splitsen en dat elke deeltje een tegenpool heeft of bezit gaat het duizelen. Want om het te kunnen meten, ontdekken, is momenteel een onmogelijke taak en zaak voor de wetenschap. Want het gaat veel dieper dan men wel denkt. Waarom ik dit schrijf is omdat ik een vermoeden heb, zonder met wetenschappelijke bewijzen te komen, dat dit weleens een verhaal en toekomstige kennis en wijsheid kan betekenen. En daar heb ik de grens van verstandelijk inzichtelijk vermogen bereikt.
Eigenlijk is een atoom niets meer dan een samengang van energie, massa en lichtsnelheid in een zelfregulerende onderlinge verhouding.
Zover was ik ook gekomen. Maar hoe ontstaat energie, massa en lichtsnelheid?
Als je nog verder kijkt dan zijn de deeltjes niets anders dan positief of negatief spiralerende stukjes energie.
HMM, waarom is dat zo?
Elk met een eigen trillingsfrequentie, kleurwaarde etc.
Je zou de onderlinge deeltjes ook kunnen bestempelen als botsingsfragmenten van een eerdere grootheid, dat zijn oorsprong vindt in het schijnbare niets in het eerst schijnbaar ledige universum.
Dat schijnbare kan ik (nog) niet definieren. Maar denk dan aan zwarte energie, zwarte materie(zwarte gaten) of zelfs zwart licht?
Dit is een nieuwe wetenschap, die maar net is begonnen. Logisch dat je het nog niet kan definieren.
Uiteindelijk geven de scheppingsverhalen blijk van het ontstaan van licht uit de afgronden van het heelal. In die zin zou je dat wel kunnen lezen.
In het Genesis verhaal is er sprake van "in den beginne was er niets, geen donker, een licht".
Wat was er dan wel????????
Zichtbaar licht wordt veroorzaakt door fotonen. Mogelijk is het toevallig ontstaan van fotonen de basis van het huiidge heelal.
Toevallig zou ik het niet willen noemen, want er is iets vooraf gegaan. Wat? Daar tast iedereen wellicht wel in het duister.
Dat wetende of denkende lost echt niets op in de zin van de vraagstukken waarvoor Home Sapiens zich geplaatst ziet.
En toch houdt men zich bezig met deze vragen.
Je zou in die zin kunnen denken aan grootschalige projecten, die mogelijk de te snelle opwarming van de aarde zou kunnen stoppen.
Dat zijn de gevolgen van de menselijke vernietigingsdrang om zich zelf omhoog te werken van prooi naar jager. En, dat is de mensheid duur komen te staan.