door DeeVee » wo 11 jun 2008, 10:55
Dit is een discussie die ik zeer regelmatig voer!
Je hebt gelijk! Zuiver mathematisch is er geen speld tussen te krijgen dat je best calibreert in het meetgebied. Idealiter ligt je meetwaarden tussen je 2 ijkpunten.
MAAR! De wereld is jammer genoeg niet ideaal en scheikunde is geen wiskunde. In de praktijk is de fout die je maakt door te calibreren in het alkalisch gebied groter dan de eventuele fout bij calibratie buiten het meetgebied met buffer 4 en 7.
Wat ook de bron van je fout moge zijn, het is nooit een goed idee om een meting te doen bij waarden ver weg van de ijking
Volgens het standpunt van rwhh, theoretisch dus helemaal klopt, is het dus beter fout te calibreren en daardoor een minder correcte meting te hebben dan een correctere calibratie uit te voeren en dus ook juister te meten.
Verder, T is echt de enige variable in de vergelijking. Dit is, zoals je weet de (afgeleide) van de wet van Nernst en wetenschappelijke wetmatigheden gaan altijd uit van ideale systemen. Dit betekent niet dat je je elektrode niet zou moeten ijken! Juist omdat er externe factoren zijn die je meting beînvloeden moet je juist wel calibreren. Alleen met een ideale elektrode hoef je dat niet te doen. Bij een gewone calibratie bepaal je 2 karakteristieken van je elektrode, het nulpunt (pH waarde waarbij de elektrode geen potentiaalverschil meet) en de helling/Slope (potentiaalverschil per pH-eenheid). De belangrijkste oorzaken voor nulpuntsverschuiving zijn terug te brengen tot het diafragma van je referentie elektrode. Er bestaat geen ideaal diafragma! Elk diafragma wekt op één of andere manier een potentiaal op. Als je geluk hebt is die potentiaal in alle omstandigheden gelijk en resulteert dit enkel in een nulpuntsverschuiving die geen invloed heeft op de nauwkeurigeheid van de meting en kan je eenvoudig wegcalibreren. Als die diafragmapotentiaal in verschillende oplossingen verschillende waarden heeft (wat jammer genoeg vaak voorkomt) krijg je naast een nulpuntsverschuiving ook een verandering van de helling of slope van je elektrode. De slope wordt verder ook nog beïnvloed door de glaselektrode zelf door bvb, zuurfouot, alkalifout, abrasie, uitloging/veroudering, ontwatering, droogstand, vet/olielaag, ... .
Misschien noeg een teaser

: Het is niet omdat je een elektrode perfect kan calibreren in buffers, dat ook de meting foutloos verloopt!
Dit is een discussie die ik zeer regelmatig voer! :P
Je hebt gelijk! Zuiver mathematisch is er geen speld tussen te krijgen dat je best calibreert in het meetgebied. Idealiter ligt je meetwaarden tussen je 2 ijkpunten.
MAAR! De wereld is jammer genoeg niet ideaal en scheikunde is geen wiskunde. In de praktijk is de fout die je maakt door te calibreren in het alkalisch gebied groter dan de eventuele fout bij calibratie buiten het meetgebied met buffer 4 en 7.
[quote]Wat ook de bron van je fout moge zijn, het is nooit een goed idee om een meting te doen bij waarden ver weg van de ijking[/quote]
Volgens het standpunt van rwhh, theoretisch dus helemaal klopt, is het dus beter fout te calibreren en daardoor een minder correcte meting te hebben dan een correctere calibratie uit te voeren en dus ook juister te meten. ;)
Verder, T is echt de enige variable in de vergelijking. Dit is, zoals je weet de (afgeleide) van de wet van Nernst en wetenschappelijke wetmatigheden gaan altijd uit van ideale systemen. Dit betekent niet dat je je elektrode niet zou moeten ijken! Juist omdat er externe factoren zijn die je meting beînvloeden moet je juist wel calibreren. Alleen met een ideale elektrode hoef je dat niet te doen. Bij een gewone calibratie bepaal je 2 karakteristieken van je elektrode, het nulpunt (pH waarde waarbij de elektrode geen potentiaalverschil meet) en de helling/Slope (potentiaalverschil per pH-eenheid). De belangrijkste oorzaken voor nulpuntsverschuiving zijn terug te brengen tot het diafragma van je referentie elektrode. Er bestaat geen ideaal diafragma! Elk diafragma wekt op één of andere manier een potentiaal op. Als je geluk hebt is die potentiaal in alle omstandigheden gelijk en resulteert dit enkel in een nulpuntsverschuiving die geen invloed heeft op de nauwkeurigeheid van de meting en kan je eenvoudig wegcalibreren. Als die diafragmapotentiaal in verschillende oplossingen verschillende waarden heeft (wat jammer genoeg vaak voorkomt) krijg je naast een nulpuntsverschuiving ook een verandering van de helling of slope van je elektrode. De slope wordt verder ook nog beïnvloed door de glaselektrode zelf door bvb, zuurfouot, alkalifout, abrasie, uitloging/veroudering, ontwatering, droogstand, vet/olielaag, ... .
Misschien noeg een teaser :twisted: : Het is niet omdat je een elektrode perfect kan calibreren in buffers, dat ook de meting foutloos verloopt!