Reactie Math-E-Mad-X
Allereerst begin ik met de vergelijkingen die Wheeler maakt Zie de vergelijkingen die ik in de bijlage meezendt. Dan ga ik de overeenkomsten en verschillen weer geven. Vervolgens zal ik op uw 6 antwoorden een bepaalde visie geven. Misschien dat een verschil van inzicht verhelderend werkt.
De figuurlijke voorstelling van Wheeler welke sterk lijkt als van de tijdsdilatatie in de speciale relativiteitstheorie gebruikt Wheeler voor de berekening van het interval in twee referentiesystemen in de algemene relativiteitstheorie.. We kunnen alleen stellen dat het grond referentiesysteem en het referentiesysteem van het karretje ten opzichte van elkaar bewegen.
Wheeler constateert dat we bij alle andere soorten van bewegingen van de referentiesystemen ten opzichte van elkaar het referentiesysteem van het karretje gelijk kunnen houden (interval) en alleen in het grond referentiesysteem de geknikte lichtreistijd en scheiding in ruimte veranderd.
Door mij worden de referentie systemen met het ruitvormige en vierkantvormige regelvlak voorgesteld. Dit levert de hierna volgende verschillen op.
- In de voorstelling met regelvlakken treden in beide referentie systemen verschillen op als ze met een andere snelheid ten opzichte van elkaar bewegen. Dit is in tegenstelling tot de voorstelling bij Wheeler waar alleen in het grond referentiesysteem een verschil op treed. Gevoelsmatig lijkt me dit logischer.
- Bij de regelvlakken meten ,kalibreren we vanuit een zelfde richting op het gekalibreerde lijnstuk in beide referentiesystemen. Zie eventueel Relativiteitsmeetkunde (aanschouwbaar) Het gekalibreerde lijnstuk geeft alleen het verband tussen beide referentiesystemen weer welke voorgesteld worden als een ruit en vierkantvormig regelvlak.
- De voorstelling door middel van de regelvlakken kent een middelpunt en kan daarom rechtstreeks voldoen aan de voorstelling van de ruimtetijd geometrie om een massa concentratiepunt.
- De ruimtetijd geometrie maak ik beredeneerbaar doormiddel van het idee relativiteitsmeetkunde.
Bij deze vier argumenten wil ik het vooralsnog laten om het idee niet te laten verzanden. Het aller belangrijkste is dat je overtuigd bent, of raakt dat er twee verschillende soorten algebraïsche regelvlakken, het ruitvormige en vierkantvormige regelvlak bestaan. Dit onderscheid heb ik ondanks de verschillende tips nog nergens meet of wiskundig beschreven zien staan. Toch ben ik er omgekeerd van overtuigd dat ze in de architectuur al lang beide gebruikt worden. Ze worden waarschijnlijk beide op dezelfde manier meet, wiskundig beschreven terwijl ze naar mijn idee wel verschillend zijn.
Antwoorden op Uw opmerkingen.
Opmerking 1
Meetkundig worden twee verschillende regelvlakken met elkaar vergeleken
Wat bedoel je met vergelijken? Welke eigenschappen van de twee regelvlakken vergelijk je hier? Hun oppervlakte? hun kromming? hun temperatuur? (ik zeg maar wat)
Opmerking 2
...die elkaar kruisen en op 3 gezamenlijke snij rechte.
Dit is ten eerste al geen correcte zin, en ten tweede zie ik niet in waarom twee regelvlakken elkaar kruisen op 3 gezamenlijke rechten.
Is dit zo voor elke twee regelvlakken? of alleen voor een specefieke keuze van regelvlakken? Is dit een conclusie die je trekt uit je theorie, of is dit een voorwaarde die je van tevoren oplegt aan je theorie? In het eerste geval: wat zijn fysische de gevolgen van deze conclusie, en in het tweede geval: waarom is deze voorwaarde noodzakelijk?
Opmerking 3
De kruispunten van de kruisende rasterlijnen van het vierkantvormig en ruitvormig regelvlak met de gelijke vormsoort kunnen ten opzichte van het middelpunt worden vergeleken.
Hier heb je het over kruispunten die worden vergeleken met het middelpunt.
Nogmaals: welke
eigenschappen van deze punten worden met elkaar vergeleken?
Opmerking 4
Het vierkantvormige regelvlak blijft congruent, het ruitvormige regelvlak veranderd voortdurend
Wanneer blijft het vierkante regelvlak congruent, en wanneer verandert het ruitvormige? Onder invloed waarvan? hoe veranderen ze? wie of wat garandeert dat dit zo is? Is dit een natuurwet?
Opmerking 5
Bij elke berekening krijgen beide een ander formaat
Hoe kunnen regelvlakken in godsnaam een ander formaat krijgen door een berekening? hoe kan een berekening van invloed zijn op het formaat van een object? Als ik de snelheid van een vliegtuig bereken, dan heeft dat toch verder geen enkele invloed op het formaat van dat vliegtuig?
Opmerking 6
Deze methode voldoet aan dezelfde voorwaarde als aan de algemene relativiteitstheorie gesteld worden.
Over welke voorwaarde heb je het?
Algemene uitgangspunten:
Motivatie: Wheeler neemt zoals ik verwacht de algemene relativiteitstheorie correct over van Einstein omdat het een autoriteit genoemd mag worden. Ik neem dit aan en gebruik dit als uitgangspunt.
Dezelfde grootheden als Wheeler beschrijft in het beschrijven van de algemene relativiteitstheorie neem ik klakkeloos over. Zie de bijlage. In het praktische plaatje van hoe de twee referentie systemen ten opzichte van elkaar bewegen in het (gedachten?) experiment. Deze presentatie van Wheeler neem ik ook over.
- Een lijn is een rechte. Algebraïsche methode.
- We vergelijken lengte maten.
Over snelheden spreken we niet ?? We constateren alleen hoe twee referentie systemen ten opzichte van elkaar bewegen denk ik. Deze vergelijk ik vanuit 2 verschillende soorten regelvlakken.
Uw opmerking onder 1 is hiermee (gedeeltelijk?) beantwoord denk ik.
- We constateren een verschillende lichtreistijd in 2 verschillende referentiesystemen. In zowel de werkwijze van mij als Wheeler. Welk referentiesysteem stil staat en welk beweegt is niet te zeggen en is daarom volstrekte onzin om dit zo te zeggen denk ik.
- De scheiding in ruimte maakt het verband tussen de verschillende lichtreistijd in de 2 verschillende referentiesystemen. We nemen in elke referentie systeem vergelijking dezelfde lengte lichtreistijd als uitgangspunt. (Invariante lichtreistijd ?? Omdat de scheiding in ruimte gelijk is aan de scheiding in tijd??) Althans dit wordt dan een invariante maat. De invariante lichtreistijd staat altijd in het referentiesysteem waar de scheiding in ruimte 0 is. In de door mij voorgestelde relativiteitsmeetkunde staat het kruispunt tussen de kruisende zijdes van ieder krom vierkant op het middelpunt van het vierkantvormig regelvlak. In het andere referentiesysteem is de lichtreistijd variabel, altijd de invariante lichtreistijd en de scheiding in afstand is 0 in de voorstelling bij Wheeler. In de door mij voorgestelde relativiteitsmeetkunde staat het kruispunt tussen de kruisende zijdes van iedere kromme ruit met voor iedere ruit een andere maat naast het middelpunt van het ruitvormig regelvlak.
- Deze uitgangspunten neem ik klakkeloos over. Zonder na te denken over de snelheid van een vliegtuig. Ten opzichte waarvan heeft het vliegtuig een snelheid? Dit is ten opzichte van alle denkbare vrij zwevende referentiesystemen,waarnemers (geodeten) die ten opzichte van elkaar weer verschillend bewegen? Van welk referentiesysteem zullen we dan zeggen, aantonen dat dit stil staat? Ik zeg in dit verband ook maar wat.
- Beide referentie systemen hebben de spiegel als een gezamenlijk waarnemingspunt in de voorstelling van Wheeler In mijn voorstelling weet ik dat de scheiding in ruimte gelijk is aan de scheiding in tijd niet goed te verwoorden. Maar ik constateer met mijn werkwijze doormiddel van de relativiteitsmeetkunde de lichtreistijd in beide referentiestelsels verschillend in staat en met elkaar in verband staat van hoe snel ze ten opzichte van elkaar bewegen. Dit is in tegenstelling met de voorstelling van Wheeler waar de lichtreistijd, het interval is en scheiding in ruimte altijd 0 is in een referentiesysteem, het karretje. In het andere referentiesysteem, het grondreferentiesysteem daar is de scheiding in afstand en de lichtreistijd alleen variabel en afhankelijk van de snelheid die de referentiestelsels ten opzichte van elkaar hebben. Je let onterechte alleen op het formaat van het vierkantvormige regelvlak Opmerking 4 en 5
- Zonder na te denken over een oppervlakte temperatuur weet ik allemaal nog niet wat meer ben blij dat ik enkel en alleen doormiddel van een lengtemaat vergelijking een overeenkomstige algebraïsche vergelijking kan maken met de gelijke uitgangspunten, die overgenomen zijn van Wheeler. Misschien als ik in dit verband praat over het verklikken van de maatvoering zoals ze bij het uitzetten van bouwwerken doen als ze anders de maat niet kunnen bepalen. Je hebt bij de relativiteitsmeetkunde de twee meetkundige eigenschappen nodig van het ruit en vierkantvormige regelvlak om tot een overeenkomstige vergelijking te kunnen komen. Opmerking 6
- Hoe de regelvlakken elkaar op 3 gezamenlijke snij rechte elkaar snijden en waar deze 3 snij rechte staan volgt rechtstreeks uit het verband wat ik in de bovengenoemde punten beschrijf. Het heeft niets met een specifieke keuze of wat dan ook te maken. Het is alleen een andere werkwijze. Opmerking 2
Eigenlijk herhaal ik de zaak van uit de eerdere schrijfwijze maar misschien levert het toch meer duidelijkheid op omdat ik alleen de belangrijkste overeenkomsten en verschillen tussen de werkwijze van Wheeler en mij weergeef. De meetpunten in mijn idee zijn anders genomen. Deze opgenoemde punten zou je dan in samenhang kunnen zien met het stuk relativiteitsmeetkunde (aanschouwbaar).
- Het middelpunt van het relativiteit coördinatenstelsel valt samen met het hoekpunt van de identieke haakse maat.
- Het middelpunt van het vierkantvormige regeloppervlak staat met de ½ identieke haakse maat van het middelpunt van het relativiteit coördinatenstelsel vandaan. In de vergelijking met Wheeler is dit de ½ geknikte lichtreistijd. Opmerking: Alle kruisende zijde kennen het middelpunt ook als kruispunt bij het vierkantvormig regeloppervlak. Dus het kruisen van de zijde van het kromvierkant met de vormsoort is dus op het middelpunt van het vierkantvormig regelvlak.
- De afstand tussen het middelpunt van het ruitvormige regelvlak en het kruispunt van de kruisende zijdes met de vormsoort is gelijk als de ½ scheiding in afstand bij zoals bij de voorstelling van Wheeler. Opmerking: Ten 1e Het kruispunt van de kruisende zijde van een kromme ruit op het ruitvormige regelvlak staat met een eigen maat voor iedere ruit naast het middelpunt. Ten 2e Het middelpunt van het ruitvormige regeloppervlak staat op het middelpunt van het relativiteit coördinatenstelsel.
Kijk maar even of door deze opmerkingen het inzicht op dit werkstuk nog wat verandert,verbeterd wordt.
Het aller belangrijkste voor mij is op dit moment dat je in eenvoudige bewoordingen aan mij beschrijft hoe het vierkantvormige en ruitvormige algebraïsche regelvlak er uit ziet en welke eigenschappen ze bezitten. Vanuit hier kan ik dan waarschijnlijk ontdekken van wat je wel of niet begrijpt wat ik wil zeggen. Daarnaast geeft het een gerede kans dat ik het werkstuk nadien beter kan herschrijven.
Groeten,
Frank.