door Anonymous » vr 25 nov 2005, 17:11
Kies maar eens 10 getallen uit 1 t/m 100.
Noem ze {a1, a2, a3, ... , a10}.
Hoeveel deelverzamelingen heeft deze verzameling van 10 elementen?
Antwoord 2^10.
Hebben deze 2^10 = 1024 deelverzamelingen allemaal verschillende sommen?
Nou nee, want alle getallen a1 t/m a10 zijn hoogstens gelijk aan 100,
dus a1 + a2 + ... + a10 < 1000.
Elke deelverzameling van {a1,a2,...,a10} heeft dus een som kleiner dan 1000. We hebben in totaal 1024 deelverzamelingen die allemaal een som < 1000 hebben. Die kunnen niet allemaal verschillend zijn!
Dus zijn er minstens 2 deelverzamelingen A en B met dezelfde som.
Verwijder uit A en B hun gemeenschappelijke elementen. Dan houden we over twee verzamelingen van verschillende elementen A` en B` met som(A) = som(B)
Kies maar eens 10 getallen uit 1 t/m 100.
Noem ze {a1, a2, a3, ... , a10}.
Hoeveel deelverzamelingen heeft deze verzameling van 10 elementen?
Antwoord 2^10.
Hebben deze 2^10 = 1024 deelverzamelingen allemaal verschillende sommen?
Nou nee, want alle getallen a1 t/m a10 zijn hoogstens gelijk aan 100,
dus a1 + a2 + ... + a10 < 1000.
Elke deelverzameling van {a1,a2,...,a10} heeft dus een som kleiner dan 1000. We hebben in totaal 1024 deelverzamelingen die allemaal een som < 1000 hebben. Die kunnen niet allemaal verschillend zijn!
Dus zijn er minstens 2 deelverzamelingen A en B met dezelfde som.
Verwijder uit A en B hun gemeenschappelijke elementen. Dan houden we over twee verzamelingen van verschillende elementen A` en B` met som(A) = som(B)