door woelen » do 08 okt 2009, 13:34
Die vuurverschijnselen treden alleen op als je het experiment op vrij grote schaal uitvoert, dus inderdaad meerdere ml broom en aardig wat tin. In een reageerbuis met 0,1 ml broom en een spatelpuntje tin krijg je wel warmte vorming, maar geen vuurverschijnselen. Te veel warmte lekt weg bij die kleine hoeveelheid.
SnBr4 is trouwens reactiever dan SnI4. Het nevelt aan de lucht en lost onmiddelijk op in water en geeft een heldere oplossing die troebel wordt als je wat NaOH of NH3 toevoegt.
Zoals Hzeil al aangeeft, deze covalente moleculen zijn symmetrisch rondom het Sn-atoom. Er is geen dipoolmoment waardoor de moleculen elkaar aantrekken en daarom zijn het vluchtige stoffen. Dit is het geval bij alle metaalhalides waarin het metaal een hoge oxidatietoestand heeft. Een ander erg fraai voorbeeld is NbCl5 (bipyramidaal symmetrisch rondom Nb-atoom).
Die vuurverschijnselen treden alleen op als je het experiment op vrij grote schaal uitvoert, dus inderdaad meerdere ml broom en aardig wat tin. In een reageerbuis met 0,1 ml broom en een spatelpuntje tin krijg je wel warmte vorming, maar geen vuurverschijnselen. Te veel warmte lekt weg bij die kleine hoeveelheid.
SnBr[sub]4[/sub] is trouwens reactiever dan SnI[sub]4[/sub]. Het nevelt aan de lucht en lost onmiddelijk op in water en geeft een heldere oplossing die troebel wordt als je wat NaOH of NH[sub]3[/sub] toevoegt.
Zoals Hzeil al aangeeft, deze covalente moleculen zijn symmetrisch rondom het Sn-atoom. Er is geen dipoolmoment waardoor de moleculen elkaar aantrekken en daarom zijn het vluchtige stoffen. Dit is het geval bij alle metaalhalides waarin het metaal een hoge oxidatietoestand heeft. Een ander erg fraai voorbeeld is NbCl5 (bipyramidaal symmetrisch rondom Nb-atoom).