door dannypje » do 30 okt 2014, 13:47
Teken de stroom in de bovenste lus, en in de onderste lus. Dan zal je zien dat de stroom in de middelste tak gewoon een samenstelling is van de 2 stromen in de bovenste en de onderste lus. Geen 3e onbekende en dus geen 3e vergelijking nodig.
De equivalente weerstand van de parallel schakeling onderin heb je al berekend, dus dat is ok.
Kies een willekeurige richting voor de stroom en loop dan door elke lus in een richting bvb. met de klok mee. Hou rekening voor je formules dat als je door een spanningsbron gaat in de richting van + naar -, dat je dan een - teken schrijft in je vergelijking en ook als je stroomafwaarts door een weerstand gaat. In het andere geval (spanningsbron van - naar + en stroomopwaarts door een weerstand) schrijf je een +.
Ik kom voor de stroom in de bovenste lus op 1 (ampere) tegen de klok in, voor die in de onderste op 0.
Teken de stroom in de bovenste lus, en in de onderste lus. Dan zal je zien dat de stroom in de middelste tak gewoon een samenstelling is van de 2 stromen in de bovenste en de onderste lus. Geen 3e onbekende en dus geen 3e vergelijking nodig.
De equivalente weerstand van de parallel schakeling onderin heb je al berekend, dus dat is ok.
Kies een willekeurige richting voor de stroom en loop dan door elke lus in een richting bvb. met de klok mee. Hou rekening voor je formules dat als je door een spanningsbron gaat in de richting van + naar -, dat je dan een - teken schrijft in je vergelijking en ook als je stroomafwaarts door een weerstand gaat. In het andere geval (spanningsbron van - naar + en stroomopwaarts door een weerstand) schrijf je een +.
Ik kom voor de stroom in de bovenste lus op 1 (ampere) tegen de klok in, voor die in de onderste op 0.