Plaats een reactie

Je mail wordt niet openbaar getoond. Het wordt enkel gebruik voor contact of notificatie vanuit het beheer.

🗨️ Wat vind jij? Stel direct je vraag of geef je mening – zonder registratie. Je reactie zet het topic weer bovenaan bij 'Laatste posts' en trekt snel nieuwe reacties aan🔥. Mocht je als vaste bezoeker willen reageren, dan kun je je ook registreren.

Bevestig dat je geen robot bent door de volgende vragen te beantwoorden.

Noor heeft 10 knikkers. Ze verliest er 4 in het gras. Hoeveel heeft ze er nog?

Antwoord: (vul een getal in)

Er zitten 5 vogels op een hek. Twee vliegen weg. Hoeveel blijven er zitten?

Antwoord: (vul een getal in)

Weergave uitklappen Voorafgaande berichten: tippetop

Re: tippetop

door wnvl1 » zo 31 aug 2025, 15:41

wnvl1 schreef: za 30 aug 2025, 22:51
jkien schreef: za 30 aug 2025, 22:43
\( \tau_{\text{gyro}} \;\approx\; (I_1 - I_3)\,\omega_3^2\,\theta. \)
Waar komt die formule vandaan?
Ik heb wat antwoorden van AI hieronder samengevoegd om dieper inzicht te krijgen in de werking. Ik denk dat dit de nodige achtergrond geeft om vanuit de basis verder te denken.

------------------------------------------


## 1. Algemeen uitgangspunt

Voor een stijve rotatie geldt:

$$
\frac{d\mathbf{L}}{dt} = \mathbf{N},
$$

waar

* \(\mathbf{L}\) het impulsmoment is,
* \(\mathbf{N}\) het externe moment (koppel),
* de afgeleide is ten opzichte van een **inertiaalstelsel**.

---

## 2. Afgeleide in een roterend assenstelsel

Als we hoofdassen kiezen die met het lichaam meedraaien, dan geldt voor een willekeurige vector \(\mathbf{A}\):

$$
\left(\frac{d\mathbf{A}}{dt}\right)_{\text{inertiaal}} \;=\;
\left(\frac{d\mathbf{A}}{dt}\right)_{\text{lichaam}} + \boldsymbol{\omega}\times \mathbf{A},
$$

waar \(\boldsymbol{\omega}\) de hoeksnelheid van het lichaam is.

Toegepast op \(\mathbf{L}\):

$$
\frac{d\mathbf{L}}{dt}\Big|_{\text{inertiaal}}
= \frac{d\mathbf{L}}{dt}\Big|_{\text{lichaam}} + \boldsymbol{\omega}\times \mathbf{L}.
$$

---

## 3. Keuze van coördinaten

We kiezen de **hoofdtraagheidsassen** als basis: \(x_1, x_2, x_3\).
Daar geldt dat de traagheidstensor diagonaal is:

$$
L_1 = I_1 \omega_1, \quad
L_2 = I_2 \omega_2, \quad
L_3 = I_3 \omega_3.
$$

---

## 4. Schrijf componentvergelijkingen

De bewegingsvergelijking is dus:

$$
\mathbf{N} = \frac{d\mathbf{L}}{dt}\Big|_{\text{inertiaal}}
= \frac{d\mathbf{L}}{dt}\Big|_{\text{lichaam}} + \boldsymbol{\omega}\times \mathbf{L}.
$$

Maar in het lichaamstelsel zijn \(I_1,I_2,I_3\) constant, dus:

$$
\frac{d\mathbf{L}}{dt}\Big|_{\text{lichaam}}
= \left( I_1 \dot\omega_1, \; I_2 \dot\omega_2, \; I_3 \dot\omega_3 \right).
$$

Het kruisproduct:

$$
\boldsymbol{\omega}\times\mathbf{L} =
\begin{vmatrix}
\mathbf{e}_1 & \mathbf{e}_2 & \mathbf{e}_3 \\
\omega_1 & \omega_2 & \omega_3 \\
I_1\omega_1 & I_2\omega_2 & I_3\omega_3
\end{vmatrix}.
$$

Dit geeft componenten:

$$
\begin{aligned}
(\omega\times L)_1 &= (I_3 - I_2)\omega_2 \omega_3, \\
(\omega\times L)_2 &= (I_1 - I_3)\omega_3 \omega_1, \\
(\omega\times L)_3 &= (I_2 - I_1)\omega_1 \omega_2.
\end{aligned}
$$

---

## 5. Combineer alles

Dus per component:

$$
\begin{aligned}
N_1 &= I_1 \dot\omega_1 + (I_3 - I_2)\,\omega_2\omega_3, \\
N_2 &= I_2 \dot\omega_2 + (I_1 - I_3)\,\omega_3\omega_1, \\
N_3 &= I_3 \dot\omega_3 + (I_2 - I_1)\,\omega_1\omega_2.
\end{aligned}
$$

---

## 6. Conventionele vorm

Gewoonlijk schrijft men ze als:

$$
\begin{aligned}
I_1 \dot\omega_1 &= (I_2 - I_3)\,\omega_2\omega_3 + N_1, \\
I_2 \dot\omega_2 &= (I_3 - I_1)\,\omega_3\omega_1 + N_2, \\
I_3 \dot\omega_3 &= (I_1 - I_2)\,\omega_1\omega_2 + N_3.
\end{aligned}
$$

Dit zijn de **Eulervergelijkingen** voor een stijve rotatie.


### 7. Eulervergelijkingen

Voor een stijve rotatie met hoofdtraagheidsmomenten \(I_1, I_2, I_3\) en hoeksnelheden \(\omega_1, \omega_2, \omega_3\) in het hoofdassenstelsel gelden de Eulervergelijkingen:

$$
\begin{aligned}
I_1 \dot\omega_1 &= (I_2 - I_3)\,\omega_2\omega_3 + N_1,\\
I_2 \dot\omega_2 &= (I_3 - I_1)\,\omega_3\omega_1 + N_2,\\
I_3 \dot\omega_3 &= (I_1 - I_2)\,\omega_1\omega_2 + N_3.
\end{aligned}
$$

Zonder externe momenten (\(N_i=0\)) beschrijven ze puur de vrije precessie.

---

### 8. Assumpties voor de formule

* We nemen een **bijna-symmetrische rotor**: \(I_1 \approx I_2 \neq I_3\).
* De spin is vooral langs de 3-as: \(\omega_3 \gg \omega_1,\omega_2\).
* De inclinatiehoek \(\theta\) (tussen de symmetrie-as en de impulsmomentvector) is klein, zodat \(\omega_1,\omega_2\) klein zijn.

Dan kan men lineariseren in \(\omega_1,\omega_2\).

---

### 9. Lineaire analyse

Met \(I_1 = I_2\) vereenvoudigen de eerste twee Eulervergelijkingen tot:

$$
\begin{aligned}
I_1 \dot\omega_1 &= (I_1 - I_3)\,\omega_2\omega_3, \\
I_1 \dot\omega_2 &= (I_3 - I_1)\,\omega_3\omega_1.
\end{aligned}
$$

Combineer:

$$
\ddot\omega_1 + \left(\frac{(I_3 - I_1)(I_1 - I_3)}{I_1^2}\right)\omega_3^2 \,\omega_1 = 0.
$$

Dat reduceert tot harmonische trilling met frequentie

$$
\Omega = \frac{|I_1 - I_3|}{I_1}\,\omega_3.
$$

---

### 10. Relatie met inclinatiehoek

De inclinatiehoek \(\theta\) bepaalt hoe groot \(\omega_1, \omega_2\) zijn t.o.v. \(\omega_3\): bij kleine hoek geldt ruwweg

$$
\omega_\perp \;\approx\; \omega_3\,\theta,
$$

waar \(\omega_\perp = \sqrt{\omega_1^2+\omega_2^2}\).

De koppel (of “restaurerende torque”) die met die kleine helling samenhangt is dan van orde

$$
\tau_{\text{gyro}} \;\sim\; (I_1 - I_3)\,\omega_3^2\,\theta.
$$

---

### 11. Interpretatie

* De factor \((I_1 - I_3)\omega_3^2\) komt uit de **anisotropie in traagheidsmomenten** en de snelle spin langs 3.
* De factor \(\theta\) komt uit de kleine scheefstand van de as.
* Het is dus geen "exacte" formule, maar een lineaire benadering van het herstellende moment dat de as terug probeert te zetten bij kleine inclinatie.

Re: tippetop

door jkien » zo 31 aug 2025, 09:46

jkien schreef: za 30 aug 2025, 22:43
jkien schreef: do 28 aug 2025, 20:36 Mijn hoop was dat het zoiets is als Ek=k⋅Ep, .. dus ω = √(2k⋅mgΔh/I).
Het antwoord van chatgpt betekent dat \(k = \frac{1}{2 \cdot (\frac{I_1}{I3}-1)}\)

Het vermoeden van chatgpt dat \(\frac{I_1}{I3}\) van een tippetop meestal rond 1.2–1.5 is, betekent dat k ongeveer 1,0-2,5 is. Dat is lager dan ik had verwacht.

Re: tippetop

door jkien » zo 31 aug 2025, 09:29

Op basis van foto's van mijn tippetop met een stip erop, bij belichtingstijden van 1/150 s en 1/300 s, schat ik dat ik hem met een vingerknip een beginsnelheid geef van 400 rpm. Dat blijkt aardig te kloppen met de theorie van chatgpt:


Ik vroeg stapsgewijs aan chatgpt:


> Hoe groot is de verhouding \(I_{1}/I_{3}\) gewoonlijk bij een tippetop?


Goede vraag, want juist de verhouding \(I_{1}/I_{3}\) bepaalt of een tippetop wel of niet kan omkeren.

---

### Inertiemomenten van een tippetop

* \(I_{1}=I_{2}\): traagheidsmoment rond een as loodrecht op de symmetrie-as.
* \(I_{3}\): traagheidsmoment rond de symmetrie-as (de draai-as door het zwaartepunt).

Voor een perfect bolvormig lichaam (massief of hol):
\( I_{1}=I_{3} \quad \Rightarrow \quad \frac{I_{1}}{I_{3}}=1. \)
Zo’n top keert dus niet om.

---

### Voor een echte tippetop

Een werkende tippetop heeft een massaverdeling die het zwaartepunt naar beneden verschuift. Daardoor wordt het traagheidsmoment loodrecht op de symmetrie-as groter dan rond de symmetrie-as.

Uit literatuur (o.a. Moffatt & Shimomura 2002; Ueda 2005; Cohen & Jensen 2004):
\( \frac{I_{1}}{I_{3}} \;\;\text{ligt meestal tussen}\; 1.2 \;\text{en}\; 1.5 . \)
* Voorwaarde voor inversie: \(I_{1}>I_{3}\).
* Praktisch ontwerp: fabrikanten kiezen vaak iets in de buurt van 1.3 als veilige marge.

---

✅ Kort antwoord:
Bij een gewone, goed ontworpen tippetop is de verhouding \(\;I_{1}/I_{3}\;\) meestal rond 1.2–1.5.


=====================================


Wil je dat ik een voorbeeldberekening maak van \(I_{1}/I_{3}\) voor jouw top (met \(m=21\) g, \(R=28\) mm en \(a=14\) mm) met een eenvoudig model (bijv. een bolschil plus een verplaatste massa)?


> Ja


Ik heb een kort rekenoverzicht gemaakt met een simpel, realistisch model: een dunne bolschil (massa \(m_s\)) plus een geconcentreerde massa \(m_c\) op de symmetrie-as op afstand \(a\) van het centrum. De totale massa is \(m=m_s+m_c=21\ \text{g}\). Voor dit model geldt:

* traagheidsmoment bolschil: \(I_{\text{shell}}=\tfrac{2}{3}m_sR^2\).
* puntmassa op as: draagt \(m_c a^2\) bij aan \(I_1\) maar niets aan \(I_3\).
* dus \(I_1 = I_{\text{shell}} + m_c a^2,\; I_3 = I_{\text{shell}}\).
* verhouding: \(I_1/I_3 = 1 + \dfrac{m_c a^2}{(2/3)m_sR^2}\).

Ik heb de verhouding \(I_1/I_3\) numeriek uitgerekend voor verschillende aannames over de fractie \(m_c/m\). De resultaten (samengevat):

* \(m_c=0\) (geen extra massa): \(I_1/I_3 = 1.00\) (geen inversieverwachting).
* \(m_c=5\%\) van \(m\) (≈1.05 g): \(I_1/I_3 \approx 1.02\).
* \(m_c=10\%\) (≈2.1 g): \(I_1/I_3 \approx 1.04\).
* \(m_c=20\%\) (≈4.2 g): \(I_1/I_3 \approx 1.09\).
* \(m_c=30\%\) (≈6.3 g): \(I_1/I_3 \approx 1.16\).
* \(m_c=50\%\) (≈10.5 g): \(I_1/I_3 \approx 1.38\).
* \(m_c=70\%\) (≈14.7 g): \(I_1/I_3 \approx 1.88\).

Interpretatie:

* Voor een werkende tippetop volstaat vaak een relatief kleine geconcentreerde massa (≈20–30% van de totale massa) om \(I_1/I_3\) in het gebruikelijke bereik \(1.1\!-\!1.5\) te krijgen.
* Als de “balans” erg klein is (minder dan ~ 10% van de massa), is de verhouding dicht bij 1 en is inversie onwaarschijnlijk.
* Voor jouw specificaties (R=28 mm, a=14 mm) geeft bijvoorbeeld een extra massa van ~ 6–10 g (≈30–50% van 21 g) een \(I_1/I_3\) tussen ≈1.16 en ≈1.38 — precies in het experimenteel gunstige bereik.


=============


> Bereken de snelheid waarbij de tippetop omkeert, als m = 21 gram, R = 28 mm, a = 14 mm


Prima — ik ga uit van draaisnelheid (hoeksnelheid ω / of omwentelingen per minuut). Ik geef drie consistente schattingen (stap-voor-stap) die eerder in het gesprek ook zijn gebruikt.

Gegeven:
\(m=0{,}021\ \mathrm{kg},\; R=0{,}028\ \mathrm{m},\; a=0{,}014\ \mathrm{m},\; g=9{,}81\ \mathrm{m/s^2}.\)

We gebruiken de eenvoudige Jellett-achtige schaal
\( \omega_c \approx \sqrt{\frac{g\,a}{k\,R^2}}, \)
met \(I=k m R^2\). Hieronder drie gevallen.

# 1) Holle (dunne) bol — \(k=\tfrac{2}{3}\)

Berekening (digit-by-digit):
\( R^2=0{,}028^2=0{,}000784, \)
\( g a=9{,}81\cdot 0{,}014=0{,}13734, \)
\( kR^2=\tfrac{2}{3}\cdot 0{,}000784=0{,}000522666\ldots \)
\( \frac{g a}{kR^2}=\frac{0{,}13734}{0{,}000522666\ldots}=262{,}78 \)
\( \omega_c=\sqrt{262{,}78}\approx 16{,}21\ \mathrm{rad/s}. \)
Omrekening: \(\displaystyle\text{rpm}=\frac{\omega}{2\pi}\cdot60\approx 154{,}8\ \text{rpm}.\)

Holle bol: \(\boxed{\omega_c\approx 16{,}2\ \mathrm{rad/s}\approx 155\ \mathrm{rpm}}\).

# 2) Massieve (homogene) bol — \(k=\tfrac{2}{5}\)
\( kR^2=0{,}4\cdot0{,}000784=0{,}0003136, \)
\( \frac{g a}{kR^2}=\frac{0{,}13734}{0{,}0003136}=437{,}88 \)
\( \omega_c=\sqrt{437{,}88}\approx 20{,}93\ \mathrm{rad/s}, \)
\( \text{rpm}\approx 199{,}8\ \text{rpm}. \)
Massieve bol: \(\boxed{\omega_c\approx 20{,}9\ \mathrm{rad/s}\approx 200\ \mathrm{rpm}}\).

# 3) Speciale Jellett-vorm (veelgenoemd in literatuur)

Soms gebruikt men onder andere idealisaties de eenvoudige uitdrukking
\(\; \omega_c \approx \sqrt{\dfrac{3g}{2R}}\;\), onafhankelijk van \(a\). Voor \(R=0{,}028\) m:
\( \frac{3g}{2R}=\frac{29{,}43}{0{,}056}=525{,}54,\quad \omega_c\approx\sqrt{525{,}54}\approx 22{,}93\ \mathrm{rad/s}, \)
\( \text{rpm}\approx 219\ \text{rpm}. \)

# Samenvatting / aanbeveling

* Holle (dunne) bol:155 rpm (16.2 rad/s).
* Massieve bol:200 rpm (20.9 rad/s).
* Sommige Jellett-idealiser.: ≈ 219 rpm (22.9 rad/s).

In de praktijk: wrijving, contactcondities en exacte massaverdeling veranderen de benodigde beginsnelheid — dus start experimenteel iets boven deze drempel (typisch ~ 200–400 rpm) om betrouwbaar inversie te zien.

Re: tippetop

door jkien » zo 31 aug 2025, 00:32

Toch wel: I1 = A en I3 = C

[1]

Re: tippetop

door wnvl1 » zo 31 aug 2025, 00:11

In deze formule komt het traagheidsmoment niet voor in tegenstelling tot de andere formule.

Re: tippetop

door ukster » zo 31 aug 2025, 00:00

Chatgpt gaf nog dit:
Drempelwaarde tippetop stabiliteit

Re: tippetop

door wnvl1 » za 30 aug 2025, 22:51

jkien schreef: za 30 aug 2025, 22:43
\( \tau_{\text{gyro}} \;\approx\; (I_1 - I_3)\,\omega_3^2\,\theta. \)
Waar komt die formule vandaan?

Re: tippetop

door jkien » za 30 aug 2025, 22:43

Een tolbeweging doorrekenen is voor mij te moeilijk, en het leek er toch wel op dat Perplexity een redelijke bron had gevonden. Daarom eerst maar eens aan chatgpt gevraagd:


> is er een formule voor de snelheid waarbij een tippetop omkeert?


Goede vraag!
De tippe top (die bijzondere tol die op zijn steel gaat draaien nadat je hem een slinger geeft) is een klassiek probleem uit de niet-lineaire mechanica.

### Antwoord in het kort

Er is geen eenvoudige gesloten formule voor de kritische snelheid waarbij een tippe top gegarandeerd omslaat. Het omslaan hangt af van een samenspel van parameters:

* massa \(m\)
* straal \(R\) van de bolvormige onderkant
* \(a\) de afstand van het geometrisch middelpunt van de bol naar het massamiddelpunt, gemeten langs de symmetrie-as van de top
* traagheidsmomenten \(I_1, I_3\) (respectievelijk om een as loodrecht op en langs de symmetrieas)
* wrijvingscoëfficiënt met de ondergrond

De omkering treedt alleen op in een bepaald parametergebied en bij voldoende beginsnelheid van rotatie.

---

### Mechanische achtergrond

Voor een tippe top gelden de bewegingsvergelijkingen van een niet-holonoom systeem (rollende + glijdende wrijving).

Een belangrijke grootheid is de Jellett-invariant:
\( \lambda = R I_1 \dot{\varphi} \sin^2 \theta - I_3 \omega_3 (\alpha - \cos \theta) R, \)
waar:

* \(\theta\) = inclinatiehoek van de as,
* \(\omega_3\) = rotatie om de symmetrieas,
* \(\alpha = a/R\) = verhouding van massamiddelpunt-offset tot straal.

Voor bepaalde waarden van \(\lambda\) (groot genoeg in absolute waarde) zal de stabiele evenwichtstoestand van de top liggen bij \(\theta \approx \pi\) (steel naar beneden). Dat is dus het omslaan.

---

### Kritische snelheid

Een vuistregel uit de literatuur: de tippe top keert om als de aanvangsrotatie om de symmetrieas groter is dan een bepaalde kritische waarde \(\omega_c\), die (sterk vereenvoudigd) kan worden geschreven als:
\( \omega_3 > \omega_c \sim \sqrt{\frac{mg a}{I_3 - I_1}} \)
Dit is niet exact, maar geeft intuïtief aan dat:

* een grotere offset \(a\) het makkelijker maakt om te kantelen,
* een groter verschil tussen de traagheidsmomenten de drempel verlaagt,
* zwaartekracht en wrijving de benodigde beginsnelheid mede bepalen.

---

✅ Samengevat: er is geen simpele universele formule voor de kritische snelheid, alleen benaderingen die afhangen van de geometrie en massa­verdeling. De strikte analyse gebruikt de Jellett-invariant en stabiliteitsvoorwaarden.


=================


Wil je dat ik een stap-voor-stap afleiding geef van de benadering \(\omega_c \sim \sqrt{\tfrac{m g a}{I_3 - I_1}}\)?


>Ja


Top! Hier is een compacte (maar complete) afleiding van de benadering
\( \boxed{\ \omega_c \;\approx\; \sqrt{\frac{m g a}{\,I_1 - I_3\,}}\ } \)
(voor een tippe top geldt typisch \(I_1>I_3\)). Deze drempel geeft orde van grootte voor de spinsnelheid \(\omega_3\) waarboven het “steel-omlaag” evenwicht stabiel wordt en het omslaan kan inzetten.

# Model & aannames

* Assen-symmetrisch stijve top; massa \(m\), straal \(R\), massamiddelpunt op afstand \(a\) langs de symmetrie-as vanaf het raakpunt.
* Hoekinclinatie \(\theta\) t.o.v. verticaal; snelle spin \(\omega_3\) om de symmetrie-as.
* Beginfase: kleine hoeken (\(\theta\ll1\)), rol/slip-invloeden geminimaliseerd; wrijving is nodig voor het échte omkeren, maar niet voor de lineaire stabiliteitsdrempel.
* Traagheidsmomenten: \(I_3\) om de symmetrie-as, \(I_1\) om een loodrechte as door het massamiddelpunt (\(I_1>I_3\) voor een tippe top).

# Stap-voor-stap

1. Gravitatiekoppel rond een horizontale as (dat de top “wil laten vallen”):
\( \tau_g \;=\; m g a \sin\theta \;\approx\; m g a\,\theta \quad (\theta\ll1). \)
2. Gyroscopisch koppel door snelle spin: een kleine kanteling \(\theta\) geeft een component van de hoek­snelheid loodrecht op de symmetrie-as en levert een effectief koppel dat (voor \(I_1>I_3\)) tegen de kanteling in werkt. Lineair in \(\theta\) krijg je een term
\( \tau_{\text{gyro}} \;\approx\; (I_1 - I_3)\,\omega_3^2\,\theta. \)
3. Lineaire θ-dynamica (vergelijking van beweging rond \(\theta=0\)):
\( I_1\,\ddot{\theta} \;+\; \bigl[m g a \;-\; (I_1 - I_3)\,\omega_3^2\bigr]\;\theta \;=\; 0. \)
4. Stabiliteitscriterium:
De evenwichtsstand \(\theta=0\) is stabiel als de haakjes positief zijn. Ze wordt onstabiel zodra
\( m g a \;-\; (I_1 - I_3)\,\omega_3^2 \;<\; 0
\;\;\Rightarrow\;\;
\omega_3 \;>\; \sqrt{\frac{m g a}{\,I_1 - I_3\,}} \;=\; \omega_c. \)
Wanneer \(\omega_3>\omega_c\), groeit een kleine \(\theta\) in afwezigheid van sterke demping. In de échte tippe top zorgt glijwrijving voor koppeluitwisseling: spinenergie wordt in precessie/tilt “gepompt”, \(\theta\) loopt op richting \(\pi\), en de top keert om.

> Let op:
>
> * Dit is een orde-van-grootte-drempel uit een vereenvoudigd (lineair, zonder slipdetails) model.
> * De precieze drempel hangt van wrijving, contactmodel en het (bijna) behoud van de Jellett-invariant af.
> * Als \(I_1\le I_3\) (zeldzaam voor een tippe top) bestaat deze drempel in deze vorm niet: dan werkt de gyroterm niet “stabiliserend” voor \(\theta=0\) en is de analyse anders.

# Snelle sanity check (getallen)

Neem \(m=0{,}02\ \text{kg}\), \(a=2\,\text{mm}=2{\times}10^{-3}\ \text{m}\),
\(I_1=1{,}6{\times}10^{-6}\ \text{kg m}^2\), \(I_3=1{,}0{\times}10^{-6}\ \text{kg m}^2\).
Dan:
\( \omega_c \approx \sqrt{\frac{0{,}02\cdot 9{,}81\cdot 2{\times}10^{-3}}{(0{,}6){\times}10^{-6}}}
\approx 360\ \text{rad/s} \;\;(\sim\! 3400\ \text{rpm}). \)
Dit zit in de buurt van wat je experimenteel ziet; echte omslag vereist meestal wat hoger door wrijvingsverliezen.


jkien schreef: do 28 aug 2025, 20:36 Mijn vraag was beperkter, een formule voor de drempelwaarde van de snelheid... Mijn hoop was dat het zoiets is als Ek=k⋅Ep dus ½ I ω² = k⋅ mgΔh met k>1, dus ω = √(2k⋅mgΔh/I).
Het antwoord van chatgpt betekent dat \(k = \frac{1}{2 \cdot (\frac{I_1}{I3}-1)}\)

Re: tippetop

door Professor Puntje » vr 29 aug 2025, 09:47

Het traagheidsmoment is ook verdacht, ik zou in de formule eerder een traagheidsmoment t.o.v. de rotatie-as verwachten (en niet loodrecht daarop). Dat heb je met AI: het ziet er op het eerste gezicht heel spectaculair uit, maar er kunnen nog altijd vreemde onverwachte foutjes in verborgen zitten. Bovendien levert het zonder bewijs of onderbouwing neer plempen van AI-gegenereerde formules geen inzicht op. Dat is als afkijken bij een proefwerk. Ik ben te druk met andere zaken maar hoe ik het zou doen is als volgt:

1. Kom eerst met een formule voor de rotatie-energie E0 bij de start.
2. Onderzoek hoeveel rotatie-energie ΔE de tippetop bij stabiel draaien verliest tijdens het neerdalen van de steel.
3. Ga na hoeveel energie Eomh het oprichten op de steel kost.
4. Ga na hoeveel rotatie-energie Eerna de tippetop nodig heeft om op de steel (nog enige tijd) redelijk stabiel door te kunnen draaien.

Dan wil je hebben dat: E0 ≥ ΔE + Eomh + Eerna

Re: tippetop

door jkien » do 28 aug 2025, 23:14

Alleen een beetje teleurstellend dat de factor (a/R-1) altijd negatief is.

Bijvoorbeeld als a/R =0.5, dan is (a/R-1) negatief. De Perplexity-formule zegt dan dat het kwadraat van de kritische beginsnelheid groter dan een negatief getal moet zijn.

Re: tippetop

door jkien » do 28 aug 2025, 22:50

Fantastisch!

De aanleiding voor de vraag was dat ik er met een vingerknip in slaagde om de tippetop te laten omkeren, op elke ondergrond, terwijl een kennis met een wat minder krachtige vingerknip daar niet in slaagde.

Re: tippetop

door ukster » do 28 aug 2025, 20:48

Perplexity AI
tippetop

Re: tippetop

door jkien » do 28 aug 2025, 20:36

Mijn vraag was beperkter, een formule voor de drempelwaarde van de snelheid, niet het beschrijven van de exacte baanbeweging van de tippetop. Mijn hoop was dat het zoiets is als Ek=k⋅Ep dus ½ I ω² = k⋅ mgΔh met k>1, dus ω = √(2k⋅mgΔh/I). Misschien bestaat zo een formule niet, dat kan natuurlijk ook.

Re: tippetop

door wnvl1 » do 28 aug 2025, 17:32

Uitleg chat.

Een **tippetop** is een speciaal soort tol die een verrassende eigenschap heeft: als je hem hard genoeg laat draaien, draait hij om en gaat hij ondersteboven verder draaien, terwijl de steel (die eerst omhoog stond) naar beneden wijst.

### Hoe werkt dit?

De werking is gebaseerd op een combinatie van **dynamica, wrijving en massaverdeling**:

1. **Massaverdeling**

* Bij een tippetop ligt het **zwaartepunt** niet in het midden, maar **boven de geometrische bolvorm**.
* Daardoor is de tol “uit balans” als hij draait.

2. **Wrijving met de ondergrond**

* Terwijl de tol draait, oefent de ondergrond een wrijvingskracht uit op het raakpunt.
* Deze wrijving is niet symmetrisch, en daardoor ontstaat er een **draaimoment** (koppel) dat de tol doet kantelen.

3. **Omkantelen**

* Door dat draaimoment verschuift de stand van de tol langzaam.
* Omdat het zwaartepunt hoger ligt, is de stabiele draai-positie uiteindelijk **ondersteboven**.
* De steel draait dus vanzelf naar beneden, terwijl de bol blijft draaien.

4. **Stabiliteit na het omkeren**

* Wanneer hij eenmaal omgekeerd is, werkt de wrijving juist stabiliserend.
* Daardoor blijft hij stabiel ondersteboven doordraaien totdat de rotatiesnelheid te laag wordt en hij omvalt.

Re: tippetop

door Professor Puntje » do 28 aug 2025, 11:55

De Wikipedia vermeldt dit als verklaring:
When a tippe top is spun at a high angular velocity, its stem slowly tilts downwards more and more until it suddenly lifts the body of the spinning top off the ground, with the stem now pointing downward. Eventually, as the top's spinning rate slows, it loses stability and eventually topples over, like an ordinary top.
De steel is dan essentieel voor het optreden van het effect. De steel zakt tijdens het draaien langzaam naar beneden tot de steel het onderliggende oppervlak raakt, waarbij de tippe top zich dan opricht. De rotatiesnelheid aan het begin moet dus hoog genoeg zijn zodat de tippe top op het moment dat de steel de ondergrond raakt nog genoeg energie heeft om zich op te richten en nog enige tijd door te draaien.