door ukster » ma 09 feb 2026, 22:20
Hieronder een analyse van de drie vermoedens die je hebt voorgelegd, gebaseerd op wetenschappelijke bronnen.
1. Het Vermoeden van Goldbach
Jouw formulering dat "elk positief getal gelijk of groter dan 6 de som is van twee priemgetallen" is een variatie op het bekende vermoeden van Goldbach, maar is niet de standaarddefinitie. Deze bewering is onjuist voor oneven getallen (bijvoorbeeld, 7 kan niet geschreven worden als de som van twee priemgetallen). De correcte formuleringen zijn als volgt:
• Het sterke vermoeden van Goldbach (of binaire vermoeden) stelt dat elk even geheel getal groter dan 2 de som is van twee priemgetallen (Marshall, 2017) (Sankei, 2024). Bijvoorbeeld: 6 = 3 + 3, en 8 = 5 + 3. Dit vermoeden is een van de oudste onopgeloste problemen in de wiskunde (Marshall, 2020). Hoewel het nog niet bewezen is, is het met computers geverifieerd voor extreem grote getallen, tot 4 x 10¹⁸ (Marshall, 2020).
• Het zwakke vermoeden van Goldbach (of ternaire vermoeden) stelt dat elk oneven geheel getal groter dan 5 kan worden uitgedrukt als de som van drie priemgetallen (Helfgott, 2013) (Marshall, 2017). Bijvoorbeeld: 7 = 2 + 2 + 3, en 9 = 3 + 3 + 3. Dit vermoeden is in 2013 bewezen door de Peruaanse wiskundige Harald Helfgott (Helfgott, 2013) (Marshall, 2017).
2. Verschil van Twee Priemgetallen
Jouw vermoeden dat "elk even positief getal het verschil is van twee priemgetallen" is inderdaad een bekend, maar onbewezen, vermoeden in de getaltheorie.
Dit staat bekend als het vermoeden van Polignac, geformuleerd door Alphonse de Polignac in 1849. Het vermoeden stelt specifieker dat voor elk positief even getal 2k, er oneindig veel priemgetalparen (p, q) bestaan zodat p - q = 2k (Sankei, 2024b). Jouw formulering, die stelt dat er voor elk even getal ten minste één zo'n paar bestaat, is een iets zwakkere vorm van dit vermoeden, maar is eveneens nog niet bewezen (Sankei, 2024b) (Belhaouari, 2015).
Het bekende tweelingpriemvermoeden, dat stelt dat er oneindig veel priemgetalparen zijn die 2 van elkaar verschillen (zoals 11 en 13), is een specifiek geval van het vermoeden van Polignac (voor 2k=2) (Mantzakouras, 2020).
3. Het "Vermoeden van Regor"
Jouw derde vermoeden luidt: "Elk positief even getal, groter dan 6 is de som van maximaal 4 priemgetallen, waarbij ALTIJD '3' minstens éénmaal één van de priemgetallen is."
Dit vermoeden is correct en kan worden aangetoond als een direct gevolg van het bewezen zwakke vermoeden van Goldbach. De redenering is als volgt:
1. Neem een willekeurig even getal 2n dat groter is dan 6.
2. Jouw vermoeden stelt dat 2n geschreven kan worden als de som van maximaal drie priemgetallen plus het priemgetal 3. Dit kan worden geschreven als 2n = p₁ + p₂ + p₃ + 3 (of met minder priemgetallen).
3. Als we 3 aftrekken van beide kanten, krijgen we: 2n - 3 = p₁ + p₂ + p₃.
4. Omdat 2n een even getal groter dan 6 is (dus 8, 10, 12, ...), is 2n - 3 een oneven getal groter dan 5 (namelijk 5, 7, 9, ...).
5. Volgens het bewezen zwakke vermoeden van Goldbach is elk oneven getal groter dan 5 de som van (maximaal) drie priemgetallen (Helfgott, 2013).
o Als 2n - 3 zelf een priemgetal is (zoals 5, 7, 11, 13, ...), dan is 2n de som van twee priemgetallen: (2n - 3) + 3. Bijvoorbeeld, 8 = 5 + 3.
o Als 2n - 3 een samengesteld oneven getal is (zoals 9, 15, 21, ...), dan is het volgens het bewezen theorema de som van drie priemgetallen. In dat geval is 2n de som van vier priemgetallen: die drie plus de 3 die we hadden afgetrokken. Bijvoorbeeld, voor 2n = 12, is 2n - 3 = 9. Negen kan geschreven worden als 3 + 3 + 3. Dus 12 = 3 + 3 + 3 + 3.
In alle gevallen wordt aan jouw voorwaarde voldaan: elk even getal groter dan 6 is de som van maximaal vier priemgetallen, waarvan er één 3 is. Jouw vermoeden is dus geen open vraag, maar een logisch gevolg van een reeds bewezen stelling.
Hieronder een analyse van de drie vermoedens die je hebt voorgelegd, gebaseerd op wetenschappelijke bronnen.
1. [b]Het Vermoeden van Goldbach[/b]
Jouw formulering dat "elk positief getal gelijk of groter dan 6 de som is van twee priemgetallen" is een variatie op het bekende vermoeden van Goldbach, maar is niet de standaarddefinitie. Deze bewering is onjuist voor oneven getallen (bijvoorbeeld, 7 kan niet geschreven worden als de som van twee priemgetallen). De correcte formuleringen zijn als volgt:
• [b]Het sterke vermoeden van Goldbach[/b] (of binaire vermoeden) stelt dat elk even geheel getal groter dan 2 de som is van twee priemgetallen (Marshall, 2017) (Sankei, 2024). Bijvoorbeeld: 6 = 3 + 3, en 8 = 5 + 3. Dit vermoeden is een van de oudste onopgeloste problemen in de wiskunde (Marshall, 2020). Hoewel het nog niet bewezen is, is het met computers geverifieerd voor extreem grote getallen, tot 4 x 10¹⁸ (Marshall, 2020).
• [b]Het zwakke vermoeden van Goldbach [/b](of ternaire vermoeden) stelt dat elk oneven geheel getal groter dan 5 kan worden uitgedrukt als de som van drie priemgetallen (Helfgott, 2013) (Marshall, 2017). Bijvoorbeeld: 7 = 2 + 2 + 3, en 9 = 3 + 3 + 3. Dit vermoeden is in 2013 bewezen door de Peruaanse wiskundige Harald Helfgott (Helfgott, 2013) (Marshall, 2017).
2. [b]Verschil van Twee Priemgetallen[/b]
Jouw vermoeden dat "elk even positief getal het verschil is van twee priemgetallen" is inderdaad een bekend, maar onbewezen, vermoeden in de getaltheorie.
Dit staat bekend als het vermoeden van Polignac, geformuleerd door Alphonse de Polignac in 1849. Het vermoeden stelt specifieker dat voor elk positief even getal 2k, er oneindig veel priemgetalparen (p, q) bestaan zodat p - q = 2k (Sankei, 2024b). Jouw formulering, die stelt dat er voor elk even getal ten minste één zo'n paar bestaat, is een iets zwakkere vorm van dit vermoeden, maar is eveneens nog niet bewezen (Sankei, 2024b) (Belhaouari, 2015).
Het bekende tweelingpriemvermoeden, dat stelt dat er oneindig veel priemgetalparen zijn die 2 van elkaar verschillen (zoals 11 en 13), is een specifiek geval van het vermoeden van Polignac (voor 2k=2) (Mantzakouras, 2020).
3.[b] Het "Vermoeden van Regor"[/b]
Jouw derde vermoeden luidt: "Elk positief even getal, groter dan 6 is de som van maximaal 4 priemgetallen, waarbij ALTIJD '3' minstens éénmaal één van de priemgetallen is."
Dit vermoeden is correct en kan worden aangetoond als een direct gevolg van het bewezen zwakke vermoeden van Goldbach. De redenering is als volgt:
1. Neem een willekeurig even getal 2n dat groter is dan 6.
2. Jouw vermoeden stelt dat 2n geschreven kan worden als de som van maximaal drie priemgetallen plus het priemgetal 3. Dit kan worden geschreven als 2n = p₁ + p₂ + p₃ + 3 (of met minder priemgetallen).
3. Als we 3 aftrekken van beide kanten, krijgen we: 2n - 3 = p₁ + p₂ + p₃.
4. Omdat 2n een even getal groter dan 6 is (dus 8, 10, 12, ...), is 2n - 3 een oneven getal groter dan 5 (namelijk 5, 7, 9, ...).
5. Volgens het bewezen zwakke vermoeden van Goldbach is elk oneven getal groter dan 5 de som van (maximaal) drie priemgetallen (Helfgott, 2013).
o Als 2n - 3 zelf een priemgetal is (zoals 5, 7, 11, 13, ...), dan is 2n de som van twee priemgetallen: (2n - 3) + 3. Bijvoorbeeld, 8 = 5 + 3.
o Als 2n - 3 een samengesteld oneven getal is (zoals 9, 15, 21, ...), dan is het volgens het bewezen theorema de som van drie priemgetallen. In dat geval is 2n de som van vier priemgetallen: die drie plus de 3 die we hadden afgetrokken. Bijvoorbeeld, voor 2n = 12, is 2n - 3 = 9. Negen kan geschreven worden als 3 + 3 + 3. Dus 12 = 3 + 3 + 3 + 3.
In alle gevallen wordt aan jouw voorwaarde voldaan: elk even getal groter dan 6 is de som van maximaal vier priemgetallen, waarvan er één 3 is. Jouw vermoeden is dus geen open vraag, maar een logisch gevolg van een reeds bewezen stelling.