door wnvl1 » zo 19 apr 2026, 09:40
Als je het dus toch wil proberen, dan moet je het in deze richting zoeken.
----------------------------------
In de algemene relativiteitstheorie van Einstein is het niet mogelijk om een echte, co\"ordinaten-onafhankelijke energietensor voor het zwaartekrachtsveld te defini\"eren. Om toch een vorm van energiebehoud te formuleren, introduceert men zogenaamde pseudo-tensoren. Het basisidee is dat men de energietensor van materie en straling, \( T^{\mu\nu} \), aanvult met een zwaartekrachtsbijdrage \( t^{\mu\nu} \), zodat men formeel kan schrijven:
\[
\partial_\mu \left( T^{\mu\nu} + t^{\mu\nu} \right) = 0.
\]
Deze vergelijking lijkt op een gewone behoudswet, maar het is belangrijk te benadrukken dat hier een parti\"ele afgeleide wordt gebruikt in plaats van een covariante afgeleide. Daardoor is deze formulering afhankelijk van de gekozen co\"ordinaten.
Een veelgebruikte constructie is de pseudo-tensor van Landau en Lifshitz. In die aanpak worden de Einsteinvergelijkingen herschreven in de vorm:
\[
\partial_\alpha \partial_\beta H^{\mu\alpha\nu\beta} = 16\pi G\, (-g)\,\bigl(T^{\mu\nu} + t^{\mu\nu}_{LL}\bigr),
\]
waarbij \( g \) de determinant van de metriek is. Hieruit volgt een behoudswet van de vorm:
\[
\partial_\mu \left[ (-g)\,\bigl(T^{\mu\nu} + t^{\mu\nu}_{LL}\bigr) \right] = 0.
\]
Deze uitdrukking suggereert dat de combinatie van materie-energie en zwaartekrachtsenergie behouden is.
Wanneer men dit toepast op een homogeen en isotroop uitdijend heelal, beschreven door de FLRW-metriek
\[
ds^2 = -dt^2 + a(t)^2\, d\vec{x}^2,
\]
met \( a(t) \) de schaalfactor, dan vindt men het volgende. Voor een perfect flu\"idum geldt dat de energiedichtheid gegeven wordt door \( T^{00} = \rho \), wat een positieve bijdrage levert. De berekening van de Landau--Lifshitz pseudo-tensor voor deze metriek levert daarentegen een negatieve bijdrage van het zwaartekrachtsveld.
In het geval van een vlak heelal (k = 0) kan men dan formeel de totale energie schrijven als
\[
E_{\text{tot}} = \int d^3x\, (-g)\,\bigl(T^{00} + t^{00}_{LL}\bigr),
\]
en deze integraal blijkt nul te zijn:
\[
E_{\text{tot}} = 0.
\]
Dit resultaat ligt aan de basis van uitspraken dat het universum een totale energie van nul kan hebben. De positieve energie van materie, straling en vacu\"umenergie wordt in dat beeld exact gecompenseerd door de negatieve zwaartekrachtsenergie.
Tijdens de expansie van het heelal verandert deze energiebalans op een consistente manier binnen deze beschrijving. Fotonen verliezen bijvoorbeeld energie door kosmologische roodverschuiving, wat betekent dat de bijdrage van \( T^{00} \) afneemt. Tegelijkertijd wordt de zwaartekrachtsenergie minder negatief, zodat men formeel kan schrijven:
\[
\Delta E_{\text{materie}} + \Delta E_{\text{zwaartekracht}} = 0.
\]
Op die manier blijft de totale energie in deze boekhouding behouden.
Het is echter cruciaal om te benadrukken dat deze hele constructie afhankelijk is van de gekozen co\"ordinaten. De grootheid \( t^{\mu\nu} \) is geen tensor en heeft dus geen invariant fysisch betekenis. In een ander co\"ordinatenstelsel kan de totale energie een andere waarde aannemen.
Dit sluit aan bij het diepere inzicht dat energiebehoud gekoppeld is aan tijdtranslatiesymmetrie. Aangezien een uitdijend heelal geen globale tijdsymmetrie bezit, bestaat er in het algemeen geen unieke, globale definitie van energie.
Samengevat kan men met pseudo-tensoren een formele energieboekhouding opstellen waarin energiebehoud geldt, en waarin energieverlies van materie wordt gecompenseerd door veranderingen in zwaartekrachtsenergie. Deze interpretatie is echter niet uniek en moet gezien worden als een co\"ordinatenafhankelijke beschrijving, niet als een absoluut fysisch feit.
Als je het dus toch wil proberen, dan moet je het in deze richting zoeken.
----------------------------------
In de algemene relativiteitstheorie van Einstein is het niet mogelijk om een echte, co\"ordinaten-onafhankelijke energietensor voor het zwaartekrachtsveld te defini\"eren. Om toch een vorm van energiebehoud te formuleren, introduceert men zogenaamde pseudo-tensoren. Het basisidee is dat men de energietensor van materie en straling, \( T^{\mu\nu} \), aanvult met een zwaartekrachtsbijdrage \( t^{\mu\nu} \), zodat men formeel kan schrijven:
\[
\partial_\mu \left( T^{\mu\nu} + t^{\mu\nu} \right) = 0.
\]
Deze vergelijking lijkt op een gewone behoudswet, maar het is belangrijk te benadrukken dat hier een parti\"ele afgeleide wordt gebruikt in plaats van een covariante afgeleide. Daardoor is deze formulering afhankelijk van de gekozen co\"ordinaten.
Een veelgebruikte constructie is de pseudo-tensor van Landau en Lifshitz. In die aanpak worden de Einsteinvergelijkingen herschreven in de vorm:
\[
\partial_\alpha \partial_\beta H^{\mu\alpha\nu\beta} = 16\pi G\, (-g)\,\bigl(T^{\mu\nu} + t^{\mu\nu}_{LL}\bigr),
\]
waarbij \( g \) de determinant van de metriek is. Hieruit volgt een behoudswet van de vorm:
\[
\partial_\mu \left[ (-g)\,\bigl(T^{\mu\nu} + t^{\mu\nu}_{LL}\bigr) \right] = 0.
\]
Deze uitdrukking suggereert dat de combinatie van materie-energie en zwaartekrachtsenergie behouden is.
Wanneer men dit toepast op een homogeen en isotroop uitdijend heelal, beschreven door de FLRW-metriek
\[
ds^2 = -dt^2 + a(t)^2\, d\vec{x}^2,
\]
met \( a(t) \) de schaalfactor, dan vindt men het volgende. Voor een perfect flu\"idum geldt dat de energiedichtheid gegeven wordt door \( T^{00} = \rho \), wat een positieve bijdrage levert. De berekening van de Landau--Lifshitz pseudo-tensor voor deze metriek levert daarentegen een negatieve bijdrage van het zwaartekrachtsveld.
In het geval van een vlak heelal (k = 0) kan men dan formeel de totale energie schrijven als
\[
E_{\text{tot}} = \int d^3x\, (-g)\,\bigl(T^{00} + t^{00}_{LL}\bigr),
\]
en deze integraal blijkt nul te zijn:
\[
E_{\text{tot}} = 0.
\]
Dit resultaat ligt aan de basis van uitspraken dat het universum een totale energie van nul kan hebben. De positieve energie van materie, straling en vacu\"umenergie wordt in dat beeld exact gecompenseerd door de negatieve zwaartekrachtsenergie.
Tijdens de expansie van het heelal verandert deze energiebalans op een consistente manier binnen deze beschrijving. Fotonen verliezen bijvoorbeeld energie door kosmologische roodverschuiving, wat betekent dat de bijdrage van \( T^{00} \) afneemt. Tegelijkertijd wordt de zwaartekrachtsenergie minder negatief, zodat men formeel kan schrijven:
\[
\Delta E_{\text{materie}} + \Delta E_{\text{zwaartekracht}} = 0.
\]
Op die manier blijft de totale energie in deze boekhouding behouden.
Het is echter cruciaal om te benadrukken dat deze hele constructie afhankelijk is van de gekozen co\"ordinaten. De grootheid \( t^{\mu\nu} \) is geen tensor en heeft dus geen invariant fysisch betekenis. In een ander co\"ordinatenstelsel kan de totale energie een andere waarde aannemen.
Dit sluit aan bij het diepere inzicht dat energiebehoud gekoppeld is aan tijdtranslatiesymmetrie. Aangezien een uitdijend heelal geen globale tijdsymmetrie bezit, bestaat er in het algemeen geen unieke, globale definitie van energie.
Samengevat kan men met pseudo-tensoren een formele energieboekhouding opstellen waarin energiebehoud geldt, en waarin energieverlies van materie wordt gecompenseerd door veranderingen in zwaartekrachtsenergie. Deze interpretatie is echter niet uniek en moet gezien worden als een co\"ordinatenafhankelijke beschrijving, niet als een absoluut fysisch feit.