Sorry, toch weer een paar misvattinkjes rechtzetten:
Het licht is wit, alle kleuren dus, als het net van de zon komt.
Er bestaat natuurkundig niet zoiets als "wit" licht. Onze ogen zien dat mengsel als wit licht, dat is alles. Wit licht is dus puur een biologisch verschijnsel.
Dmv van een prisma (denk aan een regenboog) kan je alle kleuren als het ware "scheiden".
Dat kan niet "als het ware", dat kan, en dat komt omdat de snelheid van licht in vacuum weliswaar voor alle frequenties gelijk is, maar dat dat niet meer geldt zodra fotonen op deeltjes botsen, waarbij hun energie wordt opgenomen en (meestal) een fractie van een microseconde later weer als foton wordt uitgezonden.
Hetzelfde gebeurt als het licht door de atmosfeer gaat. Licht met een lage frequentie gaat gemakkelijk door de atmosfeer (rood of geel bijvoorbeeld), licht met een hoge frequentie (blauw!) lukt het echter niet om tussen de gasdeeltjes door te reizen en wordt daarom verstrooid.
Om het even welke frequentie foton heeft een even grote kans om op een gasdeeltje in de atmosfeer te botsen. Echter, de hoge frequenties (kortere golflengten) lopen bij die botsingen een ietwat grotere vertraging op bij het weer uitgezonden worden. Blauw licht gaat dus ietwat trager door een medium als rood licht. Blauw licht wordt daardoor ook sterker gebroken (bijvoorbeeld in een prisma, of in de atmosfeer in een waterdruppeltje) dan rood licht.
Rood licht heeft een geringere energie, en wordt bij een botsing met een deeltje vaker niet weer uitgezonden als foton, maar de energie verdwijnt dan in trillingen van het gasdeeltje, en dus omgezet in warmte. Er verdwijnt dus per saldo ook wat rood uit het licht onderweg.
Hierdoor komt het volledig verstrooid op ons netvlies en daarom is de lucht op aarde mooi blauw.
Als dat licht
volledig verstrooid werd zou je de zon nooit kunnen zien, dan zouden we permanent in een diffuus licht als onder een wolkenhemel leven. Er wordt maar een klein deel van het licht verstrooid. Omdat blauw licht dus iets sterker wordt afgebogen, en rood licht iets meer wordt geabsorbeerd, zien we de hemel overdag blauw. IN de vroege ochtend en late avond staat de zon achter de horizon. Het zonlicht bereikt ons dan alleen nog maar via een lange weg door de atmosfeer. Onderweg wordt een groot deel van het blauwe licht al verstrooid en bereikt ons niet meer. Het licht wat we dan nog waarnemen bevat dan procentueel veel meer rood, (het blauw is er al uit) en dus lijkt de avondhemel rood.