door hzeil » vr 28 jul 2006, 17:30
In deze thread zie ik een groot aantal vragen over waterstof, van o.a. Greedo, Gruson, Wombat en vooral van Screezo. Praktisch alle vragen kunnen beantwoord worden met de scheikundeleerboekjes uit de de middelbare scholen voor voortgezet onderwijs. Ook oude, tweedehands boekjes zijn nog heel goed voor deze stof te gebruiken. Hopenlijk is de ontlezing bij jonge mensen niet zover gevorderd dat ze hun eigen leerboeken niet meer kunnen lezen.
Misschien is het goed puntsgewijs een paar dingen toe te voegen die niet in de gangbare boekjes te vinden zijn en die je eigenlijk toch zou moeten weten.
1. Moleculaire waterstof H2 wordt pas reaktief na dissociatie tot atomaire waterstof. Dat lukt alleen maar goed na katalyse aan fijn verdeelde metalen uit de platinagroep.
2. Bij de reaktie van metalen met een zuur ontstaat eerst atomaire waterstof en daaruit moleculaire waterstof. Dat geldt ook voor de kathodische waterstofvorming bij electrolyse in water. Hier is de waterstof, in staat van vorming, dus nog een krachtig reductiemiddel voor bijvoorbeeld organische reakties.
3. Atomaire waterstof is soms gevaarlijk voor metalen. Het kan via de kristallietgrenzen naar binnen dringen en waterstofbrosheid veroorzaken. Met moleculaire waterstof gebeurt dat niet. Niet alle metalen zijn daar gevoelig voor. Legeringen van ijzer, nikkel en chroom (staal) wel. Maar metalen als aluminium en koper niet.
4. In het Handbook of Chemistry and Physics vind je via de index gegevens over de explosiegrenzen van de mengsels waterstof-zuurstof en waterstof-lucht. Daaruit zie je dat er explosiegevaar is over een heel ruim samenstellingsgebied (Explosionlimits)
5. De katalytische additie van atomaire waterstof aan vloeibare vetten tot vaste vetten laat ik hier maar buiten beschouwing omdat de vaste vetten nu veel minder gebruikte worden, in de margarines, dan vroeger.
In deze thread zie ik een groot aantal vragen over waterstof, van o.a. Greedo, Gruson, Wombat en vooral van Screezo. Praktisch alle vragen kunnen beantwoord worden met de scheikundeleerboekjes uit de de middelbare scholen voor voortgezet onderwijs. Ook oude, tweedehands boekjes zijn nog heel goed voor deze stof te gebruiken. Hopenlijk is de ontlezing bij jonge mensen niet zover gevorderd dat ze hun eigen leerboeken niet meer kunnen lezen.
Misschien is het goed puntsgewijs een paar dingen toe te voegen die niet in de gangbare boekjes te vinden zijn en die je eigenlijk toch zou moeten weten.
1. Moleculaire waterstof H[sub]2[/sub] wordt pas reaktief na dissociatie tot atomaire waterstof. Dat lukt alleen maar goed na katalyse aan fijn verdeelde metalen uit de platinagroep.
2. Bij de reaktie van metalen met een zuur ontstaat eerst atomaire waterstof en daaruit moleculaire waterstof. Dat geldt ook voor de kathodische waterstofvorming bij electrolyse in water. Hier is de waterstof, in staat van vorming, dus nog een krachtig reductiemiddel voor bijvoorbeeld organische reakties.
3. Atomaire waterstof is soms gevaarlijk voor metalen. Het kan via de kristallietgrenzen naar binnen dringen en waterstofbrosheid veroorzaken. Met moleculaire waterstof gebeurt dat niet. Niet alle metalen zijn daar gevoelig voor. Legeringen van ijzer, nikkel en chroom (staal) wel. Maar metalen als aluminium en koper niet.
4. In het Handbook of Chemistry and Physics vind je via de index gegevens over de explosiegrenzen van de mengsels waterstof-zuurstof en waterstof-lucht. Daaruit zie je dat er explosiegevaar is over een heel ruim samenstellingsgebied (Explosionlimits)
5. De katalytische additie van atomaire waterstof aan vloeibare vetten tot vaste vetten laat ik hier maar buiten beschouwing omdat de vaste vetten nu veel minder gebruikte worden, in de margarines, dan vroeger.