door Rov » do 04 okt 2007, 17:58
Er werken twee krachten op de lading. Een afstotende en een aantrekkende coulombkracht door resp. de ladingen Qa en Qb. Als de som van die krachten nul is, is het deeltje in rust.
Er zijn drie mogenlijkheden:
a) Tussen Qa en Qb.
Dit kan al nooit, want tussen de ladingen is de som van de afstotende en de aantrekkende kracht niet nul want ze hebben beide dezelfde zin.
b) Rechts van Qb.
Dit is een mogelijkheid want de som van de krachten op het deeltje kan nul zijn. Een kracht werkt immers naar rechts en een naar links. Er bestaat dus een situatie (met de juiste positieve Qa en de juist negatieve Qb) waarin de testlading stil ligt.
c) Links van Qa.
Dit is ook een mogelijkheid. De redenering loopt analoog aan die van rechts van Qb. Eentje trekt de lading aan, eentje stoot af en de vectoren (krachten) hebben een tegengestelde zin.
B en c kunnen nooit samen waar zijn. Snap je waarom?
Er werken twee krachten op de lading. Een afstotende en een aantrekkende coulombkracht door resp. de ladingen Qa en Qb. Als de som van die krachten nul is, is het deeltje in rust.
Er zijn drie mogenlijkheden:
a) Tussen Qa en Qb.
Dit kan al nooit, want tussen de ladingen is de som van de afstotende en de aantrekkende kracht niet nul want ze hebben beide dezelfde zin.
b) Rechts van Qb.
Dit is een mogelijkheid want de som van de krachten op het deeltje kan nul zijn. Een kracht werkt immers naar rechts en een naar links. Er bestaat dus een situatie (met de juiste positieve Qa en de juist negatieve Qb) waarin de testlading stil ligt.
c) Links van Qa.
Dit is ook een mogelijkheid. De redenering loopt analoog aan die van rechts van Qb. Eentje trekt de lading aan, eentje stoot af en de vectoren (krachten) hebben een tegengestelde zin.
B en c kunnen nooit samen waar zijn. Snap je waarom?