Vraag 3: Je hebt hier te maken met één functiewaarde, het bedrag in euro's, B en twee variabelen, het aantal luxe bussen, L en het aantal touringclassbussen, T. Bij elk van die variabelen hoort een waarde, de kosten: Bij PLR geldt dat een luxe bus €2000 kost en een touringclassbus €1500 Bij de Vlie...