Dit is onhandig, hoewel het kan. Handiger is: werken met de normaalvector (nv) en het inproduct. Vb: nv1 (1,2,-3)()=0 nv2 (1,-2, 3)()=0 Zorg eerst voor (minstens) één kental 0 door een lineaire combinatie: (1,2,-3)+(1,-2,3)=2(1,0,0) Dus: (1,0,0)(0,...,...)=0 (1,-2,3)(0,3,2)=0 Een rv van de snijlijn...