Eigenschap van de variantie die altijd geldt: Var(a*X) = a^2 * Var(X), dit kan bewezen worden met de definitie.
Daarom is hier Var(UITGAVENDOLLAR) = (1,0875)^2*Var(UITGAVEN), en is B dus inderdaad fout.
Begin eerst met alle getallen kleiner dan 4000... Hoeveel keuzes kan je maken voor het duizendtal? Vervolgens kies je een honderdtal dat niet gelijk mag zijn aan het duizendtal, hoeveel keuzes kan je dan maken voor het honderdtal? Doe dit verder voor de tientallen en eenheden. Hoeveel mogelijke geta...
Wel, met zo veel variabelen moet je nu niet meteen een 'mooie' formule verwachten als antwoord. "Op welke afstand zal wagen twee zich op dezelfde positie bevinden als wagen één". Ten opzichte van wat definieer je deze afstand? En wat heb je zelf al geprobeerd? Schrijf als eerste stap al ee...
Probeer eerst eens een tekening te maken, en neem bv. aan dat Qb negatief is en Q positief. (Zie je waarom deze tegengesteld moeten zijn?)
Bereken dan de krachten die op een lading Q inwerken.
Deze vraag is al meerdere keren gesteld op het forum. Je kan gebruik maken van de zoekfunctie. Zo kom ik op deze post: http://sciencetalk.nl/forum/index.php/topic/185229-wiskundig-onderwerp-oc/?hl=onderzoekscompetentie Dit zijn de meest gekozen onderwerpen voor zo'n onderzoek. Ik heb mijn onderzoe...
Jullie bepalen eerst de statische wrijvingscoëfficient en dan de dynamische, volgens mij. Bij de tweede proef kan je beide zien: op het moment dat het blokje begint te schuiven zie je een piek die iets hoger ligt (statische). Belangrijk in deze is welke ondergrond jullie hiervoor genomen hebben. ...
We hebben een tijdje geleden een standaardproef gedaan voor de les fysica: we leggen een houten blokje op een plank en passen de hoek van de plank aan tot het blokje naar beneden schuift. Dan leiden we daaruit de wrijvingscoefficient af. De leerkracht wou dat we hierna hetzelfde deden, maar onder an...
Wat heb je zelf al geprobeerd? Maak eens een simpel schetsje...
Je weet dat de totale omtrek van de 3 weides 2700m is, probeer dit eens uit te drukken in functie van de 2 onbekenden: b (breedte) en l (lengte).
Wanneer een voorwerp in een baan rond de aarde terechtkomt, wil dat zeggen dat de middelpuntvliedende kracht op het voorwerp (naar buiten gericht) even sterk is als de zwaartekracht (naar de aarde gericht). De 2 formules voor deze krachten zijn respectievelijk: F_m = \frac{m_v v^2}{r} F_z = G\frac...
Ik zou het als volgt doen:
Probeer eerst eens te kijken of je al een onbekende kan elimineren (er is er een waarvan de waarde al vastligt).
Schrijf dan de overige onbekenden in functie van m, en bespreek de merkwaardige waarden voor m.