105 graden -> 105 / 180 . pi = 7 pi / 12
Hoe kom je dan aan die 7 en die 12
pi?Volgens mij snap je dat principe niet volledig (afgaande op jouw antwoord nu)... Zet op gelijke noemer:\(\frac{1}{3} + \frac{1}{\pi}\)
aadkr schreef:Pas dat principe dan eens toe bij die eerste opgave:
Wat krijg je dan ?
Huh, hoe pas je dat toe op: 1/x + 1/(x + 1) ?Kun je breuken op gelijke noemer zetten? Bijv: 1/2 + 1/3 = ... Pas dat daarna eens toe op: 1/x + 1/(x + 1) = ...
dat:aadkr schreef:Die eerste oefening: Staat er dit:
\(\frac{1}{x}+\frac{1}{x+1}=\frac{2}{x+2} \)Of staat er dit:
\(\frac{1}{x}+\frac{1}{x}+1=\frac{2}{x}+2 \)
Laten we dan beginnen met de eerste. Begin daar eens aan zoals je dat normaal zou doen. Of is dat je probleem (je weet niet hoe te beginnen)?
En je concrete vraag is? Wat kan je niet rijmen?