nabob schreef:crossword schreef:
Arendt zegt dan: zodra de sacrale zeggenschap van God/het goddelijke verdwijnt, komt de wereldse macht op zichzelf te staan. Zij verliest haar legitimiteit en vervalt daarmee zomaar tot willekeur. De vorst/de politiek is dan het eindpunt van alle verantwoordelijkheid: hij legitimeert zichzelf.
Waar ik hier tegen aan loop is dat het goddelijke een op zichzelf betekenisloos concept is. Het krijgt pas zijn betekenis binnen het netwerk van de taal (of wellicht binnen een narratief).
Ik weet niet of ik je begrijp. Heb je het hier over de taligheid van al onze waarnemingen en overtuigingen, in die zin dat alles betekenis krijgt door taal? Zo van: buiten de tekst is er niets? Of bedoel je hier een onderscheid te maken tussen concepten en dingen, tussen onzichtbaar en zichtbaar o.i.d. In dat geval moeten we natuurlijk zeggen dat ook zaken als 'volkswil', 'democratie' e.d. concepten zijn die in de taal bestaan en die niet vastgepakt kunnen worden.
De vraag waar ik nu naar toe wil is wat nu het onderscheid uitmaakt tussen het wereldse en seculiere enerzijds en het sacrale anderzijds? Misschien de dichotomie tussen publiek en privaat?
De scheiding publiek/privaat is volgens mij een bepaalde (liberale) vormgeving van het onderscheid tussen seculier en sacraal. De oplossing die hier wordt gekozen is het onderbrengen van het sacrale in het domein van privé-overtuigingen (meningen) en het seculiere in het domein van feiten en algemeen gedeelde waarneming. Of dit de meest gelukkige indeling is betwijfel ik. Ik denk zelfs dat hij op bepaalde manieren juist in de hand werkt dat het publieke domein steeds weer gesacraliseerd dreigt te worden, c.q. voorzien van absolute waarden, mensbeelden enz. Neem als vb het zelfbeschikkingsrecht. In Nederland wordt dit gehanteerd als een 'neutraal' seculier recht, bedoeld voor het seculiere en algemeen toegankelijke domein. Ethische argumenten die een beroep doen op beschermwaardigheid van leven worden daarentegen verwezen naar het private domein van (religieuze) meningen. Zo wordt verhuld dat 'zelfbeschikking' wel degelijk een moreel ideaal is, dat sterk gelieerd is met liberale levensovertuigingen (vrijheid als mogelijkheid e.d.).
Ik weet dus niet of we kunnen spreken van 'het' onderscheid tussen het wereldse en het heilige. Ik denk dat dit onderscheid verschillende configuraties aanneemt in verschillende tijden en culturen en dat er ook een voortdurende spanning bestaat tussen beiden. Waar we voor moeten waken is dat beide domeinen in elkaar opgaan.
Zou in onze tijd het (neo-) liberale denken met de nadruk op individuele vrijheid een dergelijke sacrale rol op zich hebben genomen?
Ik denk van wel, maar het is niet beperkt tot het neo-liberale denken. Dit denken gaat uit van een verborgen harmonie, zowel in de mens als in de maatschappij (economie - 'onzichtbare hand'), waardoor wordt aangenomen dat de mens - mits hij vrij wordt gelaten - altijd op z'n pootjes terecht komt. Wat in religieuze termen 'zonde' heet, wordt hier opnieuw gedefinieerd als 'belemmering' of 'onvrijheid'. Het kwaad zit in principe niet in de mens zelf, maar in zijn omgeving en wel vooral in de institutionele, traditionele en religieuze aspecten van zijn omgeving (omdat die alle op de een of andere manier het individu belemmeren). Het gaat hier m.i. om een herschikking van oeroude mythische concepten als goed/kwaad, heil/onheid e.d., gegoten in een dragend verhaal: vanuit de oerchaos van godsdienstoorlogen verrees de liberale staatsvorm die de individuele vrijheid boven alles stelt en zo ons toevoert naar een stralende toekomst.
Zo ongeveer dus...
Zou een wereld waarin nog wel een rotsvast geloof in een absolute waarheid weet stand te houden zoveel meer compassie voor de minderbedeelden opleveren? Of betekent het daarentegen dat we ons alsnog geconfronteerd zien met een machtsstructuur die we, als we hadden mogen kiezen, uiteindelijk niet gewild zouden hebben?
Ik denk dat een wereld zonder absolute waarheid (sacraliteit) dus niet bestaat. In de gedachten van Rorty wordt die sacraliteit alleen opnieuw gedefinieerd en in zekere zin vermomd. M.a.w. de absolute waarheid wordt gelocaliseerd in een vooral westerse samenlevingsvorm c.q. in bevriezing van de in deze wereld gegroeide verhoudingen. Ironie kan een wapen zijn van de zwakken (ontmaskering van de macht), maar even goed een wapen van de sterken (de angel uit elke kritiek halen). Ik denk dat R dat te weinig heeft willen zien. Wanneer er sprake is van schreeuwend onrecht, moeten we de ironie even achter ons laten en gewoon durven zeggen dat iets verkeerd is en moet veranderen. En op het moment dat we dat doen, doen we volgens mij een beroep op absolute normen. Als dat niet zo is, beroepen we ons ergens anders op. Maar waarop? Op ons eigen rechtsgevoel? Als dat niet het rechtsgevoel is van degene die wij bekritiseren, trommelen we alleen op onze borst en ontstaat er een machtsspel. Moeten we ons dan beroepen op procedures of mensenrechten? Veel landen en regimes zien die nu juist als westerse normen en rechten. Kortom, zodra je een beroep op absolute waarheid loslaat, kun je alleen nog verwijzen naar jezelf en je eigen traditie (in ons geval de westerse).
Ik begrijp de kritiek slechts tot op zekere hoogte. Gezien zijn visie op waarheid en het contingente karakter van de werkelijkheid kan hij niet anders dan tot een ethnocentrische opvatting van moraliteit komen. Het is een erkenning van de historiciteit van je morele opvatting en daarmee is moraliteit niet een goddelijk gegeven dat je als mens slechts lijdzaam kunt ondergaan.
Een ethnocentrische moraliteit is m.i. niets anders dan een sacraal karakter opeisen voor je eigen moraliteit. Dan zijn we volgens mij verder van huis dan met een beroep op een goddelijke moraliteit, omdat in zo'n goddelijke moraliteit de bron van moraal tenminste nog buiten onszelf ligt en - althans in theorie - voor de ander net zo toegankelijk is als voor onszelf. Zo'n bron van moraal kan ook nog kritisch staan t.o.v. onszelf, zodat zelfkritiek dan ingebakken zit in onze moraal. Maar bij een ethnocentrische moraal is dat niet mogelijk.