Hoi,
Op voorbereiding van mijn tentamen morgen heb ik uit de oefententamens de volgende opgaves waar ik niet uit kom: HOpelijk kan iemand mij verder helpen.
vraag 1). Laat H = Span {[1;0;1;2],[2;2;6;6],[0;1;2;1],[-1;3;5;1]} B = {[1;0;1;2],[2;2;6;6]} en
C = {[0;1;2;1],[-1;-1;-3;-3]}
Het andworod is dan:
A) Zowel B als C vormen een basis voor H. Hoe kan ik dat zien?
Puzzels