Ik moet van de volgende stoffen de protolysereactie schrijven:
NH4CL, CH3COONa, NaHCO3, NaCl, CaCl2, NH4NO3, (NH4)2CO3, Na2SO4
De pH-waarden heb ik gemeten en die zijn devolgende:
NH4CL: pH= 5,2 => zwak zuur
CH3COONa: pH=7,6 => zwakke base
NaHCO3: pH=7,4 => zwakke base
NaCl: pH=7,2 => zwakke base
CaCl2: pH=6,9 => zwak zuur
NH4NO3: pH= 1,8 => zeer sterk zuur
(NH4)2CO3: pH= 7,1 => zwakke base
Na2SO4: pH= 0,6 => sterk zuur
En nu de protolysereacties:




Hier kon niet meer verder, aangezien CaCl2 een zwak zuur is, wordt er verwacht dat de oplossing zuur zal zijn. Maar als je de reactie uitschrijft, dan krijg je OH- op het einde. Klopt dit?
Wat is de juiste reactievergelijking?



Hier zit ik met dezelfde probleem als bij CaCl2

Zijn de reacties voor de rest correct? Of heb ik fouten gemaakt?
Puzzels

