Hihi, wij gebruiken in de "new school" x i.p.v. s
x staat voor plaats, s voor afgelegde weg, en dus zou je voor s ook mogen lezen Δx (althans in een lineair systeem).
Gewoon "x" gebruiken voor "weg" is gewoon fout, toch zeker in een "new school"

, want die zou volgens SI-afspraken moeten werken.
Overigens, in plaats van het weer héél formulegewijs aan te pakken, kan redeneren ook al helpen (en maar al te vaak voor inzicht te zorgen in wat er nu eigenlijk aan de hand is):
1. Hoelang en over welke afstand moet de massa al gevallen zijn om de daaropvolgende 2 seconden 100m af te leggen ?
als een voorwerp in 2 s 100 m aflegt, is zijn gemiddelde snelheid dus 50 m/s.
In dit geval is er een eenparige versneling van 9,8 m/s² , ofwel elke seconde neemt de snelheid met 9,8 m/s toe.
dat betekent dat vóórdat dit gewenste stukje beweging begon zijn snelheid 40,2 m/s was, en op het eind van dat gewenste stukje 59,8 m/s.
om met een versnelling van 9,8 m/s² een snelheid van 40,2 m/s t bereiken zijn er 40,2 m/s : 9,8 m/s² = 4,1 s nodig.
over die eerste 4 seconden is de beginsnelheid 0, de eindsnelheid 40,2 m/s, de gemiddelde snelheid dus 20,1 m/s.
4,1 s aan 20,1 m/s gemiddeld betekent dat hij 82,45 m afgelegd heeft.
Zo blijkt het best een eenvoudig sommetje.....
