Puzzel Puzzels
Jean Demarteau
Artikelen: 0
Berichten: 14
Lid geworden op: do 16 mar 2017, 20:02

vraag over Pi

als ik een cirkel teken met daarbuiten een veelhoek en daarbinnen een veelhoek krijg ik de volgende vergelijkingen :
omtrek = 2*overstaande*(aantal hoeken veelhoek) , aantal hoeken veelhoek = 180/hoek dus omtrek = 360/hoek*overstaande = 2*Pi*r
Pi = (180/hoek*overstaande)/r , sin(hoek)=overstaande/schuine dus overstaande = sin(hoek)*s en s=r dus
Pi = 180/hoek*sin(hoek) , dit kun je voor de binnenste en buitenste doen en dan krijg je de andere vergelijking:
Pi = 180/hoek*tan(hoek)

Nu is de vraag als ik in 2 overstaande punten van deze vergelijkingen naar Pi toe de rc (afgeleide) bereken kruisen deze elkaar dan niet in Pi?
ik ben geen wiskundige en krijg dit zelf niet berekend en weet niet of dit klopt, groetjes

ads

Steun Sciencetalk bol cadeaukaart - 20 euro - Voor jou

bol cadeaukaart - 20 euro - Voor jou

Bekijk product

Steun Sciencetalk Double A A4 - printpapier - 1 pak - 500 vellen

Double A A4 - printpapier - 1 pak - 500 vellen

Bekijk product

Steun Sciencetalk Nintendo Switch 2 Pro Controller - Zwart

Nintendo Switch 2 Pro Controller - Zwart

Bekijk product

wnvl1
Artikelen: 0
Berichten: 5.820
Lid geworden op: di 20 jul 2021, 21:43

Re: vraag over Pi

Ik denk dat je best een tekening toevoegt.
Scispace Scispace

Scispace is dé ai voor wetenschappers en onderzoekers. Ga naar SciSpace en profiteer van één van de beste ai's.

Scispace

Jean Demarteau
Artikelen: 0
Berichten: 14
Lid geworden op: do 16 mar 2017, 20:02

Re: vraag over Pi

Jean Demarteau schreef: ma 29 dec 2025, 20:17 als ik een cirkel teken met daarbuiten een veelhoek en daarbinnen een veelhoek (en deze veelhoek verdeel ik in 3-hoeken) krijg ik de volgende vergelijkingen :
omtrek = 2*overstaande*(aantal hoeken veelhoek) , aantal hoeken veelhoek = 180/hoek dus omtrek = 360/hoek*overstaande = 2*Pi*r
Pi = (180/hoek*overstaande)/r , sin(hoek)=overstaande/schuine dus overstaande = sin(hoek)*s en s=r dus
Pi = 180/hoek*sin(hoek) , dit kun je voor de binnenste en buitenste doen en dan krijg je de andere vergelijking:
Pi = 180/hoek*tan(hoek)

Nu is de vraag als ik in 2 overstaande punten van deze vergelijkingen naar Pi toe de rc (afgeleide) bereken kruisen deze elkaar dan niet in Pi?
ik ben geen wiskundige en krijg dit zelf niet berekend en weet niet of dit klopt, groetjes
Professor Puntje
Artikelen: 0
Berichten: 11.341
Lid geworden op: vr 23 okt 2015, 23:02

Re: vraag over Pi

Een tekening doet wonderen. Nu is het onduidelijk wat je vraag is.

ads

Steun Sciencetalk Twinmarkers 168 stuks voor volwassenen - Alcohol markers - Stiften - Markeerstiften - Vivid Green

Twinmarkers 168 stuks voor volwassenen - Alcohol markers - Stiften - Markeerstiften - Vivid Green

Bekijk product

Steun Sciencetalk Ohuhu Honolulu 216 kleuren Alcohol Art Markers Brush & Chisel

Ohuhu Honolulu 216 kleuren Alcohol Art Markers Brush & Chisel

Bekijk product

Steun Sciencetalk Sakura Basic Set 3 Gelpennen Zuiver Wit Fijn/Medium/Dik

Sakura Basic Set 3 Gelpennen Zuiver Wit Fijn/Medium/Dik

Bekijk product

RedCat
Artikelen: 0
Berichten: 729
Lid geworden op: zo 21 jul 2019, 16:38

Re: vraag over Pi

pi_nhoek
(14.49 KiB) 354 keer gedownload
Het lijkt me dat je dit hebt berekend:

Voor een regelmatige n-hoek is de centrale hoek \(\theta = \frac{2\pi}{n}\)

(1) Voor de maximale inwendige n-hoek (rood) binnen een cirkel geldt:

\(\frac{l}{2} = r\sin(\frac{\theta}{2}) = r\sin(\frac{\pi}{n})\)

ofwel

\(l = 2r\sin(\frac{\pi}{n})\)

waardoor de omtrek van de rode n-hoek \(Omtrek_{rood} = n\cdot 2r\sin(\frac{\pi}{n})\)

(2) Voor de minimale uitwendige n-hoek (blauw) buiten een cirkel geldt evenzo:

\(\frac{L}{2} = R\sin(\frac{\theta}{2}) = R\sin(\frac{\pi}{n})\)

ofwel

\(L = 2R\sin(\frac{\pi}{n})\)

waardoor de omtrek van de blauwe n-hoek \(Omtrek_{blauw} = n\cdot 2R\sin(\frac{\pi}{n})\)

Omdat \(r=R\cos(\frac{\theta}{2}) = R\cos(\frac{\pi}{n})\)

is

\(Omtrek_{blauw} = n\cdot 2\frac{r}{cos(\frac{\pi}{n})}\sin(\frac{\pi}{n}) = 2nr\tan(\frac{\pi}{n})\)


(3) De omtrek van de cirkel ligt tussen de omtrekken van bovenstaande n-hoeken in:

\(2nr\sin(\frac{\pi}{n}) \le 2\pi r \le 2nr\tan(\frac{\pi}{n}) \)

ofwel

\(n\sin(\frac{\pi}{n}) \le \pi \le n\tan(\frac{\pi}{n}) \)

Voor de limiet van n naar oneindig worden deze drie aan elkaar gelijk.


(4) Afgeleiden:

afgeleiden
(54.45 KiB) 330 keer gedownload
Als we n uitbreiden naar reele getallen (n ≥ 3) krijgen we bovenstaande curves:
\(f(n) = n\sin(\frac{\pi}{n})\) (rood)
en
\(g(n) = n\tan(\frac{\pi}{n})\) (blauw)

Voor n=4 kruisen de raaklijnen vanuit A en B elkaar in punt P = (5.621458, 3.07447760)
Voor n=6 kruisen de raaklijnen vanuit C en D elkaar in punt Q = (8.773545, 3.12910894)
Voor n=8 kruisen de raaklijnen vanuit E en F elkaar in punt R = (11.837018, 3.13773506)

De y-waarden liggen net iets onder pi, maar zullen voor n naar oneindig ook richting pi gaan (= de lichtgroene lijn: y = pi).

Plaats een reactie

Je mail wordt niet openbaar getoond. Het wordt enkel gebruik voor contact of notificatie vanuit het beheer.

🗨️ Wat vind jij? Stel direct je vraag of geef je mening – zonder registratie. Je reactie zet het topic weer bovenaan bij 'Laatste posts' en trekt snel nieuwe reacties aan🔥. Mocht je als vaste bezoeker willen reageren, dan kun je je ook registreren.

Bevestig dat je geen robot bent door de volgende vragen te beantwoorden.

Noor heeft 10 knikkers. Ze verliest er 4 in het gras. Hoeveel heeft ze er nog?

Antwoord: (vul een getal in)

Er zitten 5 vogels op een hek. Twee vliegen weg. Hoeveel blijven er zitten?

Antwoord: (vul een getal in)

Terug naar “Wiskunde puzzels”