Ik ga er eigenlijk van uit dat je met SRT cirkelbeweging niet kunt beschrijven. Desondanks ben ik toch geïnteresseerd in analyses van crikelbewegingen. Ook omdat cirkelbewegingen veel voorkomen in combinatie met SRT, zoals ringvormige deeltjesversnellers, en klokken in GPS-satellieten. Ik ben dan geïnteresseerd in de vraag of er dan in die situaties toch delen van SRT zijn die nog bruikbaar blijken.
Bij cirkelbeweging zit ik met een vraag over de constantheid van lichtsnelheid, en over het al dan niet mogelijk zijn van Lorentz-contractie voor bewegende objecten langs de omtrek van een cirkel. Want zonder lorentz-contractie is de lichtsnelheid niet constant, durf ik te stellen. Ook zit ik met de vraag of bewegende lichtklokken nou een tijddilatatie ondergaan met een grootte van de lorentz-factor, ongeacht of SRT nou geldt of niet in dit soort situaties (roterende referentiestelsels)?
Daarvoor had ik soort van idee ontworpen van twee parallelle spiegels, cirkelvormig, waartussen je lichtstralen heen en weer laat kaatsen. Een soort grote lichtklok. Vervolgens definiëer je een bewegende waarnemer langs de omtrek van deze cirkelvormige spiegel. En één route van deze kaatsende lichtstralen laat je plaatsvinden tangentiaal (geel) langs de omtrek van de cirkel. Vervolgens kaats je ook een lichtstraal, op vergelijkbare wijze tussen de twee spiegels, radiaal (groen) naar het midden van de cirkel. En vandaaruit kaats je deze radiale lichtstraal ook naar de verwachte eindpunten van het experiment, op een hoek van 114,59 graden. Op dit punt verwacht je dat de beide routes tegelijkertijd uitkomen, de afstand langs de omtrek van de cirkel is hier gelijk aan de diameter van de cirkel. Er zijn twee van deze eindpunten denkbaar. 1 route upstream(rood), en 1 route downstream(paars)(haal ik die nou door elkaar?).
Mijn idee is om met deze setup te kijken of dit gedachten-experiment bruikbaar is om mijn vragen te beantwoorden. Het idee is nog niet helemaal af, geloof ik, er valt nog veel aan te sleutelen. Zo zou je de spiegels ook kunnen laten roteren. Of je zou de 'radiale'route' ook iets kunnen 'optillen' in verticale richting, (als het dak van een ronde circustent) zodat deze radiale route langer wordt (bijvoorbeeld met als doel om het eindpunt van het experiment op 120 graden te laten uitkomen.
In eerste instantie denk ik dat de eindpunten van dit experiment (t=6), langs rood en paars, zich in het stilstaande stelsel precies midden bevinden rondom de positie van de bewegende zwarte stip op t=0. Het bewegende stelsel is in deze tijd (delta(t)=6) echter verder bewogen, waardoor in het bewegende stelsel het zwarte punt zich wellicht niet midden tussen deze 2 eindpunten bevindt. Nou weet ik dat Einstein bij SRT met rechtlijnige beweging, dit probleem soortgelijk oplost met gelijktijdigheid, Gelijktijdigheid geldt niet voor deze twee gebeurtenissen voor deze twee waarnemers. Maar, hoe zit dat dan met de radiale lichtstraal?? Daarvoor moet toch ook de constante lichtsnelheid gelden? Dus dan zouden de twee eindpunten toch gelijktijdig moeten zijn? Ook in het bewegende stelsel? Is daar al een antwoord op mijn vraag of lichtsnelheid wel constant kan zijn bij roterende stelsels?
Puzzels