Wij slapen enkel maar om de batterij op te laden.
Als die nieuwe positie de bron is die op hetzelfde moment de puls uitzend dan zou op het hele pad snelheid oneindig moeten gelden in mijn voorbeeldje dus zie je alleen nog meer verschil tussen de 2 paden. Maar ik denk dat je de theorie van zo'n gespiegelde bron niet meer toe mag passen mbt tijdsduur omdat c in een andere richting gaat waarvan een andere snelheid geldt. het idee van spiegelen en spiegelbeels is zowizo niet wat er echt gebeurt (het licht komt daar immers helemaal niet vandaan), hooguit een methode om eea te kunnen construeren.wnvl1 schreef: ↑ma 02 mar 2026, 00:36
De reden dat een experiment zoals het beschouwde pad \( A \to B \to C \) geen informatie kan geven over de eenrichtingssnelheid van het licht, is dat het pad via \( B \) een reflectie bevat. Een reflectie is fysisch gezien equivalent aan een heen-en-terugproces. Kinematisch kan men het traject \( A \to B \to C \) herschrijven als een rechtlijnig pad van \( A \) naar het spiegelbeeld van \( C \) in \( B \), zodat de totale afgelegde afstand gelijk blijft. Hierdoor meet je met de aankomsttijden bij \( C \) in feite een gesloten lichtpad.
Wat bedoel je met reele snelheid? zaken afsplitsen die horen bij voorstellen om de eenrichtignssnelheid te meten veroorzaken bij afsplitsen alleen nog maar meer verwarring lijkt mij omdat alles dan door meerdere topics heen loopt.Professor Puntje schreef: ↑ma 02 mar 2026, 09:31 Ik ga de discussie over de "reële snelheid" afsplitsen want het topic wordt zo onleesbaar.
er is hier geen gesloten pad immers het licht gaat van een bron naar een ontvanger op een andere punt en komt niet meer terug bij de bron. Dus dan heb je geen rondje gemaakt wat nodig is om de 2 richtings snelheid te kunnen definieren.wnvl1 schreef: ↑ma 02 mar 2026, 00:36
Elke meting die een reflectie bevat, meet dus altijd de gemiddelde lichtsnelheid over een gesloten pad. Formeel kan men een mogelijke anisotropie van de eenrichtingssnelheid parametriseren met een parameter \( \varepsilon \) als
\[
c_+ = \frac{c}{1-\varepsilon}, \quad c_- = \frac{c}{1+\varepsilon}.
\]
De tweerichtingssnelheid is dan gegeven door
je kunt natuurlijk wel een kappa berekenen voor richting A-C zodat je dezelfde vertraging ziet als in de Einstein synchronisatie.HansH schreef: ↑zo 01 mar 2026, 22:17 gaat het volgende experiment werken om te zien of eenrichtings snelheid afwijkt van c?
haaks.png
bron A zend een lichtpuls uit die rechtstreeks naar punt c gaat, maar een deeel van dat licht gaat ook naar B en reflecteert daar naar C
omdat de weglengte A via B naar C wortel 2 keer zo groot is als AC zal de tijd om via b naar c te komen wortel 2 keer zo groot zijn dus zul je 2 lichtpulsen na elkaar moeten ontvangen vanwege het weglengte verschil. De tijd tussen de 2 pulsen zou dus iets moeten zeggen over het licht in 1 richting. Als de lichtsnelheid in alle richtingen even groot is dan maakt de richting van de opstelling geen verschil voor de tijdsafstand tussen de 2 pulsen.
Maar in het voorbeeld met horizontaal snelheid heen en terug beide c en vertikaal oneindig en c/2 zou het geen tijd kosten voor het licht om van B naar c te komen. AC kun je in dat geval opsplitsen in diezelfde component vertikaal van oneindig en horizontaal c. dus voor de snelheden zou het licht dan net zolang doen om van A naar c te komen als van b naar c en dus heb je dan geen tijd tussen de pulsen.
zo kun je dus door de constructie in verschillende richtingen te zetten zien of je verschil ziet tussen de tijd tussen de ontvangen lichtpulsen. als dat geen verschil oplevert als functie van de richting van de opstelling dan is de lichtsnelheid c in alle richtingen.
Het is zeker en vast equivalent met een gesloten pad. Het is misschien wel nuttig om eens te googlen naar een scherpere uitleg. Mijn uitleg is niet heel goed, maar ik ben wel zeker dat het klopt.HansH schreef: ↑ma 02 mar 2026, 10:00er is hier geen gesloten pad immers het licht gaat van een bron naar een ontvanger op een andere punt en komt niet meer terug bij de bron. Dus dan heb je geen rondje gemaakt wat nodig is om de 2 richtings snelheid te kunnen definieren.wnvl1 schreef: ↑ma 02 mar 2026, 00:36
Elke meting die een reflectie bevat, meet dus altijd de gemiddelde lichtsnelheid over een gesloten pad. Formeel kan men een mogelijke anisotropie van de eenrichtingssnelheid parametriseren met een parameter \( \varepsilon \) als
\[
c_+ = \frac{c}{1-\varepsilon}, \quad c_- = \frac{c}{1+\varepsilon}.
\]
De tweerichtingssnelheid is dan gegeven door
Wat je kunt doen is uitgaande van de ε in 2 richtingen (bij mij horizontaal εh en vertikaal εv) de tijdsduur van die 2 paden berekenen voor het geval dat geld : c in alle richtingen. dan krijg je een tijdsverschil in de ontvangen lichtpuls tussen directe pad en indirecte pad. Vervolgens bereken je het tijdsverschil tussen het directe pad en indirecte pad bij de aangenomen εh en εv en dat levert je een waarde voor ε_direct met ε_direct de ε in de richting direct van bron naar ontvanger. Je krijgt dan een tijds verswchil tussen directe en indirecte weg die dan een functie wordt van ε_direct. er is dan 1 waarde voor ε_direct waarbij het tijdsverschil gelijk wordt aan de situatie met c in alle richtingen. Dus zou dat dan de ε zijn in een richting anders dan horizontaal of vertikaal.
wat bedoel je met 'richtingscosinus' ?