Ik moest een eenvoudige proef doen met een veer en gewichtjes van 10, 20, 30, ..., en 100 gram. Het doel was de veerconstante te berekenen, maar het werkstuk moest wat uitgebreider worden, dus voor elke massa heb ik de veerconstante van de veer berekend, en uitgezet in een diagram. De grafiek is vrij constant, alle constantes liggen tussen 7,9 en 8,4 N/m, behalve voor 10 gram, daar is de constante 11 N/m ??? Kan iemand hier een verklaring voor geven? Dit moet een makkie voor jullie zijn
Alvast bedankt.
(Ook heb ik opgemerkt dat de veerconstante een heel klein beetje daalt naarmate de massa toeneemt)