Heb ik het goed dat de existentiefilosofie (die van Fichte, Schelling, Hegel, Heidegger, Sartre, Jaspers ea) gaat over het ZIJNDE? Dus neerkomt op het nadenken over het fenomeen ZIJN?
Fichte, Schelling en Hegel zou ik niet rekenen tot de existentiefilosofen. De anderen wel.
Heidegger heeft alle filosofen vanaf de grieken tot aan hem verweten dat ze het alleen maar over zijnden gehad hebben in plaats van over zijn. Zijnsvergetelheid noemde hij dat. Hij wilde het weer opnieuw over het zijn hebben (het werkwoord, niet het zelfstandig naamwoord).
Om dit te kunnen doen maakte hij allereerst een onderscheid tussen twee vormen van zijn nl:
* het zijn dat zonder meer is, 1 met zichzelf, onbewust: de dingen zou je hierbij kunnen denken.
* het er-zijn, dat wat bij de dingen is: de mensen zou je hierbij kunnen denken.
Dit is nog maar een beginnetje wat je allemaal over zijn kunt zeggen.
Het er-zijn lijkt nog het meeste op waar andere existentiefilosofen het over hebben. Heigegger is eigenlijk anders. Hij heeft het over zijn, andere existentiefilosofen hebben het over de existentie (het er-zijn dus min of meer).
Allerlei kenmerken zijn op te noemen over zijn, zijnden, er-zijn, existentie als zodanig. Dus wel degelijk onderwerp van denken en filosofie.

Is dit wat?