door Snow white » wo 27 aug 2008, 14:35
True en meer on topic: het idee van knobbel in de zin van vergroot gebied onder het schedeloppervlak is inderdaad achterhaald.
Wel kunnen bepaalde hersengebieden opmerkelijk groot zijn bij een persoon. Met opmerkelijk groot bedoel ik onwaarschijnlijk in verhouding tot de gemiddelde grootte van dat gebied bij de mens. Dit kan 'aangeleerd' zijn door heel veel oefening van een bepaalde vaardigheid, die er d.m.v. hersenplasticiteit toe zou leiden dat het meest actieve gebied aan neuraal netwerk wint.
(de bekende paradox als het gaat om hersengebieden is ook hier van toepassing: het kan ook andersom zijn, een vergroot gebied zorgt ervoor dat iemand zich aangetrokken voelt tot die activiteiten, of slechts een samengang van zaken zonder causale betekenis)
Verder bestaat er doorgaans bepaalde dominantie tussen de hemisferen (volgens mij was de linkerhemisfeer dat in 90% van de gevallen, in ieder geval een meerderheid). Ook in die verhouding kom je verschillen tegen. Maar ook de functionele assymetrie, hemisferistische lateralisatie en dat soort processen lijken afwijkend bij mensen met een opvallend talent.
Ook interessant: de wiskunde- en talen'knobbel' worden zelden samen in dezelfde persoon aangetroffen.
Er bestaan natuurlijk allerlei haken en ogen aan dit verhaal. Zo is er nooit een specifiek hersengebied voor een activiteit, de hersenen in hun geheel en zelfs het gehele zenuwstelsel moeten samenwerken om iets voor elkaar te krijgen. Wel lijken bepaalde gebieden zeer betrokken/vereist. Op die manier hebben we de hersenen wat beter in kaart kunnen brengen. Hoewel onze aanames soms bevestigd worden door mensen met beschadigingen in bepaalde gebieden, is het gros van onze hedendaagse indeling gebaseerd op de aanname dat extra bloedtoevoer duidt op extra activiteit. Verder zijn de meeste verschillen in hersenen subtiel, het komt zelden voor dat iemand een zeer afwijkende structuur vertoont en daarbij (zeer goed) functioneert. Dan is er nog context: de hersenenplasticiteit lijkt het grootst in het begin van het leven, wanneer er nog flink gesnoeid en geconstrueerd wordt rondom het centrale zenuwstelsel. Later in het leven lijkt het steeds moeilijker voor de hersenen om functies te 'verplaatsen' of ondervangen.
Dus, knobbels? nee. Neurologische verschillen? vermoedelijk wel, in ieder geval, mogelijk.
Later toegevoegd: bronnen:
H2 uit Psychologie door Bysbaert e.a.
Deel II, H2 uit Klinische Psychologie door van der Molen e.a.
Ontwikkelingspsycholie deel I door Feldman
True en meer on topic: het idee van knobbel in de zin van vergroot gebied onder het schedeloppervlak is inderdaad achterhaald.
Wel kunnen bepaalde hersengebieden opmerkelijk groot zijn bij een persoon. Met opmerkelijk groot bedoel ik onwaarschijnlijk in verhouding tot de gemiddelde grootte van dat gebied bij de mens. Dit kan 'aangeleerd' zijn door heel veel oefening van een bepaalde vaardigheid, die er d.m.v. hersenplasticiteit toe zou leiden dat het meest actieve gebied aan neuraal netwerk wint.
[i](de bekende paradox als het gaat om hersengebieden is ook hier van toepassing: het kan ook andersom zijn, een vergroot gebied zorgt ervoor dat iemand zich aangetrokken voelt tot die activiteiten, of slechts een samengang van zaken zonder causale betekenis)[/i]
Verder bestaat er doorgaans bepaalde dominantie tussen de hemisferen (volgens mij was de linkerhemisfeer dat in 90% van de gevallen, in ieder geval een meerderheid). Ook in die verhouding kom je verschillen tegen. Maar ook de functionele assymetrie, hemisferistische lateralisatie en dat soort processen lijken afwijkend bij mensen met een opvallend talent.
Ook interessant: de wiskunde- en talen'knobbel' worden zelden samen in dezelfde persoon aangetroffen.
[i]Er bestaan natuurlijk allerlei haken en ogen aan dit verhaal. Zo is er nooit [u]een[/u] specifiek hersengebied voor een activiteit, de hersenen in hun geheel en zelfs het gehele zenuwstelsel moeten samenwerken om iets voor elkaar te krijgen. Wel lijken bepaalde gebieden zeer betrokken/vereist. Op die manier hebben we de hersenen wat beter in kaart kunnen brengen. Hoewel onze aanames soms bevestigd worden door mensen met beschadigingen in bepaalde gebieden, is het gros van onze hedendaagse indeling gebaseerd op de aanname dat extra bloedtoevoer duidt op extra activiteit. Verder zijn de meeste verschillen in hersenen subtiel, het komt zelden voor dat iemand een zeer afwijkende structuur vertoont en daarbij (zeer goed) functioneert. Dan is er nog context: de hersenenplasticiteit lijkt het grootst in het begin van het leven, wanneer er nog flink gesnoeid en geconstrueerd wordt rondom het centrale zenuwstelsel. Later in het leven lijkt het steeds moeilijker voor de hersenen om functies te 'verplaatsen' of ondervangen.[/i]
Dus, knobbels? nee. Neurologische verschillen? vermoedelijk wel, in ieder geval, mogelijk.
Later toegevoegd: bronnen:
H2 uit Psychologie door Bysbaert e.a.
Deel II, H2 uit Klinische Psychologie door van der Molen e.a.
Ontwikkelingspsycholie deel I door Feldman