Ik poogde de taalfouten en stijlfouten nog te corrigeren maar het forumsysteem had geen gedeeld,dus ten overvloede de gecorr. layout hierna,mogelijk zal een moderator de zaak vereenvoudigen:
Ik begrijp het systeem van de krachten op de buitenwand van de carrier niet.
Er wordt een dwarskracht aangegeven van 18400 kN en plaatdiktes van 12 mm;
hoe kan ik optredende spanningen in de platen berekenen als er geen gegevens zijn van inbouwspanten met nog andere plaatondersteuningen in lengterichting van het schip en liggende tussen elke dubbele buitenwand van het schip.
Er wordt een I gegeven van de dwarsdsn. 55,6 m
4,maar die speelt een rol bij het berekenen van het totale profiel van de doorsnede van het schip met de optredende krachten en dat is dus niet alleen de hier vermelde dwarskracht.
Er zullen enkele buigingen in lengte- en dwarsrichting plaats vinden,welke zowel door het inwendige staalskelet als de wanden moeten worden opgevangen,er is geen lading of veel lading aanwezig in vloeibare ofwel kluitvorm (steenkool).
Bunkervorming zal dan ook wel aanwezig zijn.
De alg.formule luidt:
\(\tau\)
= D/staalopp (in dit geval)
Als je alleen rekent,dat de vermelde D werkt op de aangegeven dsn.,dan kun je eenvoudig de totale dsn.opp staalplaten bepalen.ik deed dit zo goed mogelijk,nam de zijwandhoogte aan van 10 meter (kan er niet veel anders van maken) en kom dan aan een ontwikkelde plaatlengte van 78000 mm en dat bij een plaatdikte van 12 mm geeft een dsn.opp van 936000 mm
2 en een
gemiddelde schuifspanning \(\tau\)
van 18400000 N/936000 mm
2 ofwel 19,658 N/mm
2 (bijna 20 N/mm
2.
Wat jullie schuifstroom noemen,zal wel duiden op het verloop van de afschuifkrachten met de daarbij behorende spanningen en kan me niet voorstellen dat geleerden daar een exact antwoord op hebben.
Stel eens dat er effectief 10% van het staal de schuifspanningen opneemt,dan kom je nog aan een afschuifspanning van 200 N/mm
2. (Ik houd hier geen rekening met veiligheidscoefficienten,jullie rekenen vaak zonder)
Ik denk dus dat het totale skelet van de carrier een veel belangrijker rol speelt dan de aanwezige plaatdikte van het staal;die zal je wrs kunnen berekenen als platen op 4 of 5 steunpunten met een deel van de optredende waterdruk/golfslag.
Een eenduidig antwoord is m.i. dus moeilijk te geven voor een student;
dus geeft dat maar als verweer bij je tentamen,
sterkte ermee,ik hoor het verloop wel,ben benieuwd!
Ik poogde de taalfouten en stijlfouten nog te corrigeren maar het forumsysteem had geen gedeeld,dus ten overvloede de gecorr. layout hierna,mogelijk zal een moderator de zaak vereenvoudigen:
Ik begrijp het systeem van de krachten op de buitenwand van de carrier niet.
Er wordt een dwarskracht aangegeven van 18400 kN en plaatdiktes van 12 mm;
hoe kan ik optredende spanningen in de platen berekenen als er geen gegevens zijn van inbouwspanten met nog andere plaatondersteuningen in lengterichting van het schip en liggende tussen elke dubbele buitenwand van het schip.
Er wordt een I gegeven van de dwarsdsn. 55,6 m[sup]4[/sup],maar die speelt een rol bij het berekenen van het totale profiel van de doorsnede van het schip met de optredende krachten en dat is dus niet alleen de hier vermelde dwarskracht.
Er zullen enkele buigingen in lengte- en dwarsrichting plaats vinden,welke zowel door het inwendige staalskelet als de wanden moeten worden opgevangen,er is geen lading of veel lading aanwezig in vloeibare ofwel kluitvorm (steenkool).
Bunkervorming zal dan ook wel aanwezig zijn.
De alg.formule luidt: [tex]\tau[/tex] = D/staalopp (in dit geval)
Als je alleen rekent,dat de vermelde D werkt op de aangegeven dsn.,dan kun je eenvoudig de totale dsn.opp staalplaten bepalen.ik deed dit zo goed mogelijk,nam de zijwandhoogte aan van 10 meter (kan er niet veel anders van maken) en kom dan aan een ontwikkelde plaatlengte van 78000 mm en dat bij een plaatdikte van 12 mm geeft een dsn.opp van 936000 mm[sup]2[/sup] en een [b]gemiddelde schuifspanning [/b][tex]\tau[/tex] van 18400000 N/936000 mm[sup]2[/sup] ofwel 19,658 N/mm[sup]2[/sup] (bijna 20 N/mm[sup]2[/sup].
Wat jullie schuifstroom noemen,zal wel duiden op het verloop van de afschuifkrachten met de daarbij behorende spanningen en kan me niet voorstellen dat geleerden daar een exact antwoord op hebben.
Stel eens dat er effectief 10% van het staal de schuifspanningen opneemt,dan kom je nog aan een afschuifspanning van 200 N/mm[sup]2[/sup]. (Ik houd hier geen rekening met veiligheidscoefficienten,jullie rekenen vaak zonder)
Ik denk dus dat het totale skelet van de carrier een veel belangrijker rol speelt dan de aanwezige plaatdikte van het staal;die zal je wrs kunnen berekenen als platen op 4 of 5 steunpunten met een deel van de optredende waterdruk/golfslag.
Een eenduidig antwoord is m.i. dus moeilijk te geven voor een student;
dus geeft dat maar als verweer bij je tentamen,
sterkte ermee,ik hoor het verloop wel,ben benieuwd!