Marko schreef: ↑wo 29 mei 2024, 12:04
je geeft verschillende voorbeelden, maar ze zijn allemaal niet relevant. Je hebt geen cannabis-muur gesloopt, je hebt ook geen cannabis gedronken en opgeboerd, en je hebt ook je neus niet opgehaald.
Mijn analogie wordt hier jammerlijk scheefgetrokken. Omdat er blijkbaar twijfel was dat neus en mondholte een continuum vormen gaf ik dat als voorbeeld om het overduidlijke aan te tonen. Ik heb ook niet gesproken over cannabismuren of daar een kwantitatieve analyse geplaatst want dat maakt net juist voorwerp uit van heel dit onderzoek .
Marko schreef: ↑wo 29 mei 2024, 12:04
Door ruiken kun je niet zoveel stof hebben binnengekregen, laat staan dat het in je mond terecht is gekomen. Je neusharen en het slijmvlies zitten er niet voor niets.
Dan komen we terecht bij het tweede hoofdpunt dat onderwerp uitmaakt van dit onderzoek. Hoeveel gram, milligram of nanogram aerosolen zou men kunnen opsnuiven wanneer men aan een droge stof ruikt? Alleen dan kunnen we verder zinnige verklaringen doen; veel of weinig stof zegt niets.
Er wordt steeds gesproken over slijmvliezen (en nu ook neusharen), maar nergens wordt een verduidelijking van de functie van deze gegeven. Het wordt als vanzelfsprekend voorgesteld dat slijmvlies stofdeeltjes verhindert in de mond terecht te komen. Juist het tegendeel is waar. De slijmvliezen zijn er ter bescherming van de longen tegen schadelijke aerosolen. Er is een voortdurende stroom van slijm vanuit de neusholte die over de achterzijde van de mondholte beweegt (keelholte) en de opgevangen deeltjes via het spijsverteringskanaal evacueert. Je hoeft maar een enkele beweging met de keel uit te voeren om het slijm naar voor te brengen in je mond, dus het continu en direct contact is overduidelijk aanwezig. Dat exact dezelfde instrumenten gebruikt worden om een persoon te testen die verdacht wordt van het gebruik van cocaïne haalde ik eerder ook al aan.
Marko schreef: ↑wo 29 mei 2024, 12:04
Je noemt dat je "veel" stof ziet bij het breken van een takje. Maar even ter vergelijking: iemand die een lijntje coke snuift (dus niet: eraan ruikt) krijgt 300 mg poeder binnen. Dát is veel, daar moet iemand ook goed zijn best voor doen. En bij iemand die zo goed zijn best doet is na enige uren ongeveer 100 ng/mL cocaine te detecteren in zijn speeksel.
Dat lijkt me niet juist. Alle bronnen die ik heb geraadpleegd, zowel online als in mijn omgeving, spreken van gemiddeld 20 lijntjes coke per gram. Dan spreken we dus over een gemiddelde van 50mg per lijntje. Een enkeling sprak over 10 lijntjes per gram.
Marko schreef: ↑wo 29 mei 2024, 12:04
De detectiegrens voor THCA in het Dräger-apparaat is 50 ng/mL. Dat is vergelijkbaar met de hoeveelheid cocaine die gedetecteerd wordt uit een half lijntje. Durf je echt met droge ogen te beweren dat je een dergelijke hoeveelheid hebt binnengekregen door aan een paar zakjes te ruiken?
Dat is niet juist. De detectiegrens voor THC met het Dräger-apparaat is 15 of 25 ng/ml.
Het is ook niet juist om zomaar de analysewaarden voor THC of cocaine door mekaar te gooien en te vergelijken. Het zijn in wezen twee totaal verschillende substanties; om te beginnen is cannabishars en THC THCA niet wateroplosbaar terwijl cocaine bijzonder wateroplosbaar is, een zout zijnde. Bovendien wordt in studies aangegeven dat een speekseltest voor THC tot 4uur na gebruik positief kan zijn, terwijl dit voor cocaïne 8 uur is.
Marko schreef: ↑wo 29 mei 2024, 12:04
Een andere vergelijking: koop wel eens specerijennmengsels op de markt. Uiteraard ruik ik dan eerst goed. Ik hang dan vlak boven grote bakken met fijn poeder. Toch zit mijn neus bjj thuiskomst nooit vol kerrie of ander spul.
1. Dit is een iteratie van het dampdruk argument; ik heb mijn zaak bepleit om meer in termen van aerosolen van een droge substantie te denken. Je kan aan een busje peperpoeder ruiken en denken ja dit ruikt pittig. Herhaal nu eens de oefening net nadat je het busjes opgeschud hebt. Het zal niet aangenaam zijn en je zal dan ook ineens merken dat je de peper in je mond proeft...
2. Je hoeft niet iets met je ogen te kunnen zien om te concluderen dat het enkel dan aanwezig is. Het zijn hoeveelheden in de orde van nanogrammen die men meet en die zijn bij mijn weten niet zichtbaar te detecteren. (vandaar ook de analogie met het slopen van muren die ik eerder maakte)
Marko schreef: ↑wo 29 mei 2024, 12:04
Voor mij houdt de inhoudelijke discussie hier denk ik wel op. Ik heb geprobeerd om 2 onderdelen van je verklaring wetenschappelijk inhoudelijk te beoordelen. Voor het ene onderdeel (omzetting van THCA in THC na monstername) komt daaruit dat het niet per se onwaarschijnlijk is - maar overigens alleen als men de monsters niet in een daarvoor bedoelde bufferoplossing bewaart en ook niet gekoeld. Ik kan me niet goed voorstellen dat dat gebeurd zou zijn, maar goed, ik was er natuurlijk niet bij.
Met dank aan je bijdrage, maar in essentie werd mijn claim op geen enkel moment inhoudelijk beoordeeld. Deze stoelde op het gegeven dat het vanuit de praktijk een gangbare zaak is om decarboxylatie van THCA door middel van citroenzuur te bewerkstelligen. De vraag was dus kan vanuit een wetenschappelijk perspectief decarboxylatie van THCA door citroenzuur begrepen worden en wat is de reactiesnelheid hier dan van. De studie die je behandelde zoals ik ervoor al aangaf heeft het over klassieke decarboxylatie door verhitting wat niet relevant is voor mijn casus (en zelfs daar berekende je een decarboxylatie ratio van 62% wat zeker meer is dan ik verwacht had).
En wat de bufferoplossing betreft: deze is juist NIET bedoeld om THCA te bewaren. Sluit dit THCA dan uit? Neen, maar er is geen certificering voor THCA en dat is wel een heel belangrijk punt. In de praktijk is er in principe ook geen noodzaak om een THCA staal te nemen en te bewaren, wat de deur opent voor ingrediënten die van invloed kunnen zijn op het staal, in casu citroenzuur.